't Blokhuus eindsituatie

Praktijkvoorbeeld

Hoe kunnen 70 nieuwe iPads bijdragen aan de onderwijskwaliteit? En wat betekent dit voor de werkdruk?

‘t Blokhuus kiest voor de bovenbouw voor een 1:2 ratio als het gaat om iPads. In 2018 buigt een werkgroep zich over de inzet hiervan: hoe kunnen deze tablets van meerwaarde zijn voor het leerproces?
 
In 2018 deelde ‘t Blokhuus haar ICT-ervaringen op deze website, net als zeven andere scholen en besturen.

Resultaten

“Het balletje is gaan rollen”

“Bij ons is er heel veel gebeurd in een jaar!” Aan het woord is Jos Berens, directeur-bestuurder van ‘t Blokhuus. “We hebben nu 140 devices op 260 leerlingen: 70 chromebooks en 70 ipads. De werkdrukmiddelen hebben hier een goede impuls aan gegeven. Ook maakten we enkele belangrijke keuzes over hoe we de devices inzetten. De leraren zijn positief. Het balletje is gaan rollen.”

Adjunct-directeur José Wuijster vult aan: “We hebben in 2018 in het team intensief gesproken over hoe we ICT wilden inzetten. Belangrijk is de ondersteunende waarde voor het onderwijs.” 

De ICT-werkgroep is structureel gestart dit jaar en hield zich bezig met deze vraag. José Wuijster: “We zijn ook actief lid geworden van inkoopcoöperatie SIVON. Daardoor voeren we intern nu ook andere gesprekken over de aanschaf en inzet van ICT. We zijn ons meer bewust van een aantal processen en maken daardoor meer bewuste keuzes. Zo is onze ICT-er naar de workshop Mobile Device Management (MDM) geweest van SIVON en we doen ook mee aan andere workshops. Die informatie delen we met elkaar en dan krijgt het een plek in ons totale beleid.” 

Werkdrukmiddelen

Begin van het jaar kwamen de werkdrukmiddelen uit het werkdrukakkoord die ‘t Blokhuus deels heeft ingezet voor ICT. Jos Berens: “Daarvoor hebben we bijvoorbeeld 35 extra ipads aangeschaft en we zijn begonnen met Snappet in groep 5 en 6. Dat was een goed moment, want dat kon nu op Chromebooks. Ook zijn we vanaf groep 5 gestart met een cursus toetsenbordvaardigheden voor leerlingen.” 

Niet teveel in één keer.

Alle groepen werken nu met de digitale leermiddelen Taalzee, Rekentuin en Words & Birds. Klassikaal, maar ook als extra leerstof. “We gaan de komende tijd kijken hoe het werkt”, besluit Jos Berens. 
 

Achtergrond

Miniatuurvoorbeeld

‘t Blokhuus is een algemeen-bijzondere basisschool in Hoevelaken met ongeveer 240 leerlingen. 

't Blokhuus richt zich op brede talentontwikkeling, zoals de 21e -eeuwse vaardigheden, en streeft ernaar elk kind op maat in zijn/haar ontwikkeling te volgen en er met het aanbod op te anticiperen.

Geloven in jezelf

De school wil kinderen leren te geloven in zichzelf. Dat is de basis waar vanuit kinderen leren. ’t Blokhuus werkt opbrengstgericht: via een regelmatige check en beoordeling van de resultaten van elk kind, volgens een vastgesteld protocol. Ook wordt gekeken of de resultaten passen bij de mogelijkheden van een kind. ’t Blokhuus gaat uit van de pedagogische driehoek: kind, ouders/verzorgers en school.

Belangrijk bij ’t Blokhuus zijn:

  • De kwaliteit, inzet en deskundigheid van de leerkrachten
  • Een gezonde leeromgeving
  • De kwaliteit van het lesmateriaal.

Algemeen bijzonder onderwijs

Scholen voor algemeen bijzonder onderwijs zijn niet gebonden aan een levensbeschouwelijke of maatschappelijke stroming, maar zijn neutraal. Anders dan openbare scholen worden zij niet direct door de overheid beheerd, maar door een vereniging of stichting.

Het proces

“Er kan veel gebeuren in een jaar”

Directeur-bestuurder Jos Berens en adjunct-directeur José Wuijster blikken terug op 2018. “Er is veel in beweging gezet. Onze aanvankelijke terughoudendheid op ICT-gebied heeft geleid tot bewuste keuzes en daar bouwen we nu op voort. We zien nu juist een versnelling omdat er opties ontstaan die passen bij onze wensen. Alsof het zo moest zijn.” 

De directeuren zien de aanschaf van Snappet op de Chromebooks als een mooie kans. “Dit  programma heeft zoveel mogelijkheden. We kunnen hiermee op basis van analyses de juiste onderwijskeuzes te maken! En het scheelt veel nakijkwerk. We zoeken nog wel hoe we dit het best kunnen gebruiken, ook als leerlingen extra ondersteuning nodig hebben. Omdat we er nog maar kort mee werken, hebben we nog niet de hele leerlijn in beeld.” 

Nieuwe vragen

De directeuren constateren dat kinderen met de Chromebooks wel veel achter een device zitten. “Dat brengt nieuwe kwesties met zich mee: wat doen we met hun houding, de ergonomie? Ook in de onderbouw: die fijne motoriek en het goed leren schrijven, blijven toch belangrijk. We werken in groep 4 daarom nog niet met Snappet.”

Het Blokhuus heeft twee nieuwe, jonge leerkrachten die een belangrijke rol spelen bij de ICT-ontwikkelingen. Eén van hen gaat bijvoorbeeld de opleiding tot mediacoach volgen. Jos Berens: “Daardoor gaan andere leraren eerder mee. Het werken met ICT is in beweging gekomen. Ook het redeneren vanuit het perspectief van leerlingen helpt; we moeten ons er bewust van zijn hoe kinderen in de wereld staan. We maken keuzes die evidence based zijn, maar er is ook ruimte om te experimenteren. Daar proberen we flexibel in te zijn.”

We willen niet zomaar dingen doen, het moet passen.

Typediploma

Leerlingen blijken enthousiast over de cursus toetsenbordvaardigheden. “Ze krijgen een echt typediploma, dat vinden ze erg leuk. Daardoor kunnen ze ook beter gebruik maken van leermiddelen zoals Snappet. “De digitale leeromgeving gebruiken we vooral voor de cognitieve ontwikkeling”, geeft José Wuijster aan.  

Digitalisering heeft veel extra voordelen, zo ervaren de twee directeuren. Dyslectische kinderen bijvoorbeeld, kunnen alles laten voorlezen. Ook voor inoefenen, automatiseren, is het ideaal: klokkijken, de tafels, andere rekensommen.

Jos Berens: “Het heeft erg geholpen dat het team zelf heeft besloten dat er in ICT werd geïnvesteerd met de werkdrukmiddelen. Die extra iPads bijvoorbeeld zorgen ervoor dat er makkelijker en efficiënter gewerkt kan worden. iPads in de onderbouw, en Chromebooks in de bovenbouw. Het komt nu mooi bij elkaar. We hebben nu 140 devices in de school - 70 Chromebooks, 70 iPads - op 260 leerlingen. We vinden het belangrijk dat we devices hebben met een toetsenbord zodat leerlingen dit leren. En dat alles gemakkelijk te combineren is met andere systemen. Dat scheelt tijd en frustraties. Leraren gebruiken ook iPads voor observaties.” 

Loslaten

Vorig jaar werkte de school mee aan een onderzoek van onderzoeker Felienne Hermans over hoe kinderen leren programmeren. Daardoor is de interesse voor programmeren groter geworden en is besloten mee te werken aan een pilot van de lokale bibliotheek. “Vanmorgen kwam een bibliotheekmedewerker langs met materiaal om kinderen te leren programmeren. Dat willen ze bij ons uitproberen, dus daar gaan we mee aan de slag. Twee weken kunnen we er mee werken. Het is voor alle basisschoolleeftijden en wordt begeleid vanuit de bibliotheek. Het hangt nog wel af van de leraren: kunnen zij het vertrouwde loslaten? En andere dingen proberen?”

Jos Berens: “We maakten ons vorig jaar zorgen over het vertrek van enkele collega’s: zou er zonder hen nog wel voldoende aandacht voor ICT zijn? Maar dat hebben de leraren helemaal zelf opgepakt. We maakten ons onterecht zorgen. Het team bekijkt steeds welke oplossingen kunnen werken voor de ICT-vragen die gaandeweg ontstaan. Bijvoorbeeld: wat betekent dit voor de rapporten? Maken we die nu ook digitaal? Gaan we met portfolio’s werken? Hoe richten we dat proces nu in? Ook in de sollicitatieprocedure voor twee nieuwe leraren hebben we extra aandacht besteed aan ICT-vaardigheden.”  

2019

‘t Blokhuus vindt de ontwikkelingen rond de ‘instructierobot’ erg interessant. José Wuijster: “Die gaan we het komende jaar in de gaten houden. Kijken of het past bij onze visie. De leerkracht heeft dan meer tijd over om te observeren en kan meer maatwerk bieden. Daar kunnen SIVON en Kennisnet ons vast de nodige informatie over geven. En je ziet natuurlijk steeds meer instructiefilmpjes op YouTube. Maar het moet geen saaie PowerPoint zijn, dan heb je liever een mens voor de groep en is er tenminste interactie.”

Tip van ‘t Blokhuus

Lees meer over het werk van  prof. ir. Deborah Nas. Zij gaat in op de online mogelijkheden voor leren en sociale interactie. Bijvoorbeeld in het spel Minecraft.