Praktijkvoorbeeld

Hoe kom je aan meer en beter digitaal lesmateriaal voor ernstig meervoudig beperkte leerlingen?

Het aanbod van digitaal lesmateriaal voor kinderen in leerroute 1 is klein. Toch is de vraag bij deze groep groot, omdat ernstige meervoudig beperkte (EMB) kinderen goed reageren op digitale leermiddelen. Leraren die werken met deze doelgroep maken noodgedwongen hun eigen materiaal. Hub Noord-Brabant ging samen met de PO-Raad en Kennisnet op zoek naar een manier om deze lesmaterialen centraal beschikbaar te stellen en te voorzien van een keurmerk.

Resultaten

Leraren van ernstig meervoudig beperkte leerlingen staan er niet meer alleen voor! Vanuit deze versnellingsvraag is de Wikiwijs EMB-pagina ontstaan - waar leraren zelfgemaakte digitale leermiddelen delen en die van anderen kunnen vinden. Hierdoor is er een breder aanbod van digitaal leermateriaal, centraal beschikbaar voor leerroute 1. Nieuwe leermiddelen sluiten aan bij bestaande leerlijnen en worden beoordeeld via een kwaliteitskeurmerk.

‘Ik moest telkens zelf het wiel opnieuw uitvinden’ – een veelgehoorde uitspraak onder EMB-leraren. De tijd die velen van hen nu nog besteden aan het zelf maken van materiaal, kunnen ze door de komst van de Wikiwijs-pagina anders invullen. De pagina vormt een goed toegankelijke database van kwalitatief digitaal leermateriaal voor leerroute 1. Door leermaterialen op een centraal punt, online beschikbaar te maken is het zichtbare aanbod ineens een stuk groter.

Leermateriaal vinden

Via de Wikiwijs-pagina naar materiaal zoeken, kan via drie verschillende invalshoeken: doelen, thema’s en activiteiten. Denk bij doelen bijvoorbeeld aan leerlijnen als Plancius en CED, maar ook eigen doelensets. Op thema vind je er een breed aanbod aan materiaal. Van feestdagen tot het lichaam tot boodschappen doen. Voorbeelden van activiteiten waar digitale leermiddelen voor te vinden zijn: muziek, knutselen en bewegen.

Leermateriaal delen

Eigen gemaakt materiaal kan gedeeld worden via de Wikiwijs-pagina door in te loggen via een schoolaccount of Entree-account. Hierover zijn tijdens het traject ook drukbezochte bijeenkomsten georganiseerd waarin leraren instructies kregen hoe ze dit zelf kunnen doen. Het delen van materiaal bleek ook aan te zetten tot meer nadenken over de zelfgemaakte stof.

Kwaliteitskeurmerk

Nieuw materiaal wordt door leermiddelenspecialisten gecheckt op verschillende punten: de geschiktheid voor de doelgroep, de juiste trefwoorden, vermelding van thema, activiteit en doelen en controle op auteursrechten en privacygevoelig materiaal. Wanneer aan de criteria is voldaan, krijgt het leermiddel een keurmerk dat zichtbaar is bij het zoeken naar materiaal.  

Gemeenschap

Ook bleek tijdens het proces dat er grote behoefte was aan een online gemeenschap voor leraren van EMB kinderen. De Wikiwijs-pagina vormt nu een ingang naar een online EMB-community voor uitwisseling van ervaringen – even kunnen sparren met een collega. Leraren motiveren elkaar en leren van elkaars verhalen over wat wel en niet werkt in de klas. Er is hierdoor een plek ontstaan waar ze elkaar vragen kunnen stellen.   
 

Achtergrond

Miniatuurvoorbeeld

Drie vragen over EMB-leerlingen en digitaal leermateriaal

Waarom is er zo weinig digitaal leermateriaal beschikbaar voor ernstige meervoudig beperkte kinderen?

De hoeveelheid EMB-leerlingen is relatief klein. Hierdoor is de markt voor digitale leermiddelen voor deze groep beperkt. Het gevolg? Er is vaak oud, beperkt of papieren materiaal in gebruik, of leermiddelen van het verkeerde niveau. Veel leraren maken hierdoor noodgedwongen zelf digitaal leermateriaal.

Zoals Angelique Geerts van Hub Noord Brabant, die tevens de versnellingsvraag initieerde:
“We hebben een leerlingvolgsysteem, waar leerlijnen in staan, maar deze zijn lang niet altijd passend. Soms zijn de doelen bijvoorbeeld te moeilijk. Ik hoor ook vaak van collega’s op andere scholen dat ze met hetzelfde probleem zitten. Er zijn maar heel weinig methodes voor deze groep, laat staan digitale.”

De materialen die leraren maken of vinden worden meestal niet gedeeld met elkaar, daarvoor kan de nieuwe Wikiwijs-pagina nu een uitkomst bieden.    

Wat maakt deze doelgroep anders?

Ernstige meervoudige beperkte leerlingen hebben een laag ontwikkelingsperspectief. Het IQ ligt beneden de 35, dat staat gelijk aan een ontwikkelingsniveau van tussen de nul en twee jaar. Ze vertonen moeilijk te ‘lezen’ gedrag en kunnen niet altijd spreken of bijna niet zitten of staan. Lesmethodes zijn daarom vaak gericht op het vergroten van de communicatieve vaardigheden en het ervaren, beleven en leren via zintuigelijke informatie.

Geerts: “Ik heb bijvoorbeeld een les gemaakt over verzorging, daar zitten allerlei zelfredzaamheid-doelen aan vast. Voor de één is het doel een tandenborstel te herkennen, voor een ander het kiezen van een tandpasta en voor een derde is het doel spoelen en uitspugen in plaats van inslikken.” De les bestaat onder meer uit het zingen van bijpassende liedjes die Geerts op YouTube gevonden heeft en die de kinderen helpen structuur aan te brengen in de activiteiten.

”Bijvoorbeeld een liedje van Dirk Scheele over handen wassen, gewoon beschikbaar via YouTube. Maar als beginnende leraar weet je dat niet.”   

Waarom is digitaal leermateriaal juist voor deze doelgroep zo belangrijk?

EMB-leerlingen blijken in de praktijk bijzonder goed te reageren op digitaal leermateriaal. Dit heeft verschillende redenen:

De huidige materialen zijn vaak op papier en los beschikbaar. Een gestructureerde digitale omgeving zorgt voor meer herkenbaarheid en voorspelbaarheid, waardoor de leerlingen weten wat ze kunnen verwachten. Dat geeft een gevoel van veiligheid en vertrouwen en schept ruimte om de aandacht te richten, te delen en initiatieven te nemen. “De leerlingen weten dat we beginnen met een liedje en krijgen tussendoor elke stap van een activiteit in plaatjes en filmpjes te zien,” zegt Geerts.

De kleuren, geluiden en interactiemogelijkheden stimuleren en enthousiasmeren de kinderen. Een digibord met bewegende beelden trekt de leerlingen aan en vormt zo een ingang tot leren. Visuele beelden helpen de leerlingen als herstelmoment van opgedane indrukken en bij het verwerken van prikkels. En geluiden en liedjes verhogen hun betrokkenheid bij het lesmateriaal

Digitale leermiddelen zijn vaak toegankelijker, doordat leerlingen met lichamelijke beperkingen er ook mee kunnen werken. Sommige docenten maken speciale aanwijsstokken zodat fysiek beperkte leerlingen ook bij het digibord kunnen.

Het digitale aanbod wekt voldoende interesse op, waardoor leerlingen minder hoeven te wachten op elkaar of op de leraar. De leraar heeft zo ruimte voor individuele momenten binnen groepsactiviteiten. Geerts: “Bij het tandenpoetsen hebben we de liedjes en gebaren in Prowise staan. Als je met een kind bezig bent, dan kan de ander kijken naar het filmpje. Die blijft wel betrokken bij de les, anders zit hij of zij lang te wachten. Dat is echt een voordeel van het digitaal visualiseren.”

 

Het proces

Als EMB-leraar is het een hele uitdaging om leermiddelen te vinden: er zijn weinig methodes voor leerroute 1, er zijn veel losse materialen en daarnaast is het materiaal meestal niet digitaal. Dat constateerde Angelique Geerts, leerkracht bij Hub Noord-Brabant. In de klas viel het haar juist op dat EMB-leerlingen bijzonder goed reageren op digitale leermiddelen. Daarom maken veel EMB-leraren zelf hun digitale materiaal. Geerts ging via een versnellingsvraag op zoek naar een oplossing waarbij leraren materiaal met elkaar kunnen delen.
 

Voor het indienen van de versnellingsvraag werden samenwerkingspartners gezocht, onder meer: Het Landelijk Expertisecentrum Speciaal Onderwijs (LECSO), de St. Mattheusschool voor ZMLK, De Zonnebloemschool, Stichting voor Christelijk Primair Onderwijs, De Onderwijsspecialisten, Gewoon Speciaal ICT en Onderwijscentrum Leijpark (voorheen Mytylschool Tilburg). Angelique Geerts van Hub Noord Brabant werd projectleider en werd vanuit Kennisnet ondersteund.

De vraag

Het beginpunt voor de versnellingsvraag was als volgt: ‘Hoe zorgen we voor een toegankelijk en gedigitaliseerd lesaanbod voor onze ernstig meervoudig beperkte leerlingen, dat aansluit bij de bestaande leerlijnen, zoals Plancius, CED of Vijfwijzer?’

De situatie in kaart brengen

Om tot een passende oplossing te komen werd tijdens de eerste bijeenkomst besloten om de situatie duidelijker in kaart te brengen. Welke methodes en welk materiaal wordt er gebruikt voor deze doelgroep? Om deze vraag te beantwoorden, werd er een vragenlijst verspreid in het speciaal onderwijs. Deze werd massaal ingevuld door leraren, onderwijsassistenten, therapeuten en een directielid - vanuit het hele land. Hieruit bleek het volgende:

  • Meestal zitten er zeven tot negen leerlingen in een groep
  • De begeleiding bestaat in het algemeen uit twee personen
  • De meeste groepen kennen verschillende niveaus
  • Een behoorlijk aantal docenten geeft aan met eigen materiaal te werken
  • Veel docenten zouden een centrale vindplaats van materiaal toejuichen   

Waaraan is behoefte?

Tijdens de tweede bijeenkomst is besproken waar de behoefte precies ligt in de sector. Uit de vragenlijst bleek er vooral animo voor:

  • Een catalogus met ‘wat er gebruikt wordt’
  • Zelfgemaakt materiaal delen
  • Een database met los materiaal (zoals picto’s en liedjes)
  • Uitwisseling ideeën en lestips via een online community

Een start maken

Hieruit kwam het voorstel voort om een online platform met digitaal leermateriaal voor EMB-leerlingen te starten. Het delen en uitwisselen van digitaal leermateriaal is in de praktijk vaak ingewikkeld. Daarom is gekozen voor de volgende uitgangspunten:

  • Een bestaand platform
  • Gebruik maken van open standaarden, voor maximale uitwisselbaarheid
  • Integratie met andere platformen
  • Kwaliteit, zodat gebruikers vertrouwen krijgen in het materiaal
  • Voor communicatie zoveel mogelijk aansluiten bij de mogelijkheden van LECSO

Het open platform Wikiwijs voldeed aan deze voorwaarden en met een klein groepje vrijwilligers werd begonnen te werken aan emb.wikiwijs.nl. Via de pagina kunnen gebruikers eigen leermiddelen aanmelden, maken en beoordelen.  

Kwaliteit waarborgen

Een keurmerk bleek nodig om de kwaliteit en geschiktheid van de leermiddelen te kunnen waarborgen. Hiervoor werden vanuit Kennisnet leermiddelspecialisten van het speciaal onderwijs begeleid. Het keurmerk zal helpen bij:

  • Het beter vindbaar maken van de leermiddelen op thema, doel of activiteit.
  • Het voorkomen van plaatsing van materiaal dat auteursrechtelijk beschermd is
  • Het voorkomen van plaatsing van privacygevoelig materiaal    

Bekendheid

Om meer bekendheid te geven aan de nieuwe pagina is het nieuws online verspreid - onder meer via nieuwsbrieven - en zijn er werksessies en workshops georganiseerd. In deze veelal drukbezochte sessies denken leraren samen na over digitaal lesmateriaal en leren dit te maken en delen op de Wikiwijs-pagina.

De stand van zaken en toekomstplannen

Inmiddels staan er op de Wikiwijs-pagina al rond de 300 gekeurde leermiddelen. En is er op de community-pagina een levendige uitwisseling tussen leraren ontstaan. Op de laatste werkbijeenkomst is bijvoorbeeld gezamenlijk gewerkt aan onder meer uitbreiding van het onderwerp ‘hulpmiddelen bij communiceren’ en er is een stappenplan champignonsoep gemaakt.

Het plan is om de bekendheid van het platform nog meer uit te breiden via congressen en meer leraren te stimuleren mee te doen met het platform via workshops.