Artikel

"Werken met ICT vraagt van de leraar wat lef"

Alle groepen op De van Oldenbarneveltschool in Rotterdam werken met digitale leermiddelen en devices. De onderbouw gebruikt Osmo op iPads, de midden- en bovenbouw onder andere Cloudwise op Chromebooks. Wat zijn de ervaringen tot nu toe, van zowel de directie als de leraren en de leerlingen? Op vrijdagmiddag, 2 november 2018 - vlak voor het weekend -, geeft schoolleider Anita van der Kooi een rondleiding door de school en een inkijk in de dagelijkse gang van (ICT-)zaken.

In de kleuterklas van Rob Vink zijn twee kinderen bezig op iPads. Andrew (5) speelt Osmo Coding, een codeerspel, bij de kinderen bekend als ‘het monsterspel’. Naast hem zit Qing (5). Qing speelt Osmo Pizza Co., een educatief spel om te leren rekenen en omgaan met geld. Qing heeft een iPad voor zich, met een rood opzetstukje van Osmo, zodat de camera van de iPad alle handbewegingen detecteert. Voor hem liggen extra materialen: diverse soorten ‘beleg’ voor op de pizza die hij moet gaan bakken en geldstukken om klanten mee terug te betalen. Via het beeldscherm en het geluid worden de kinderen begeleid bij hun opdrachten. Rob: “Omdat de app ‘terugpraat’, is de iPad een hulpmiddel voor de leraar. De kinderen kunnen hiermee zelfstandig oefenen en ik heb mijn handen meer vrij om te begeleiden waar dat nodig is.”

Het is gewoon leuker

Rob Vink met leerling

Rob Vink en zijn leerlingen, bezig met de iPad

"Wanneer de kinderen tijd krijgen om te spelen, kunnen ze kiezen om de iPad met Osmo uit de kast te pakken”, vertelt Rob. Het programma is zo’n succes dat veel ouders het ook hebben aangeschaft, zodat kinderen er ook thuis mee kunnen spelen. “Kinderen worden in het spel ‘beloond’, wat motiverend werkt. Waarom kies jij nu voor Osmo en niet een ander spel, Andrew?”, vraagt hij aan de kleuter. “Omdat Osmo gewoon leuker is”, antwoordt de vijfjarige. Rob: “Soms laten we twee kinderen tegelijk met een iPad werken, maar we zien dat ze het nog lastig vinden om hierin goed samen te werken; het werkt beter als ze er in hun eentje mee bezig zijn.”

Een toevoeging, geen vervanging

Per groep 1/2 zijn twee iPads beschikbaar. Schoolleider Anita van der Kooi: “Dat is genoeg; we willen niet dat de kleuters enkel op de iPad werken.” De kleuters mogen per keer een kwartier op de iPad spelen. Rob: “Omdat het populair is en we meerdere kinderen de kans willen bieden ermee te werken, maar ook omdat vijftien minuten lang genoeg is. Het moet een toevoeging zijn op het aanbod, geen vervanging. Daarbij hebben de meeste kinderen ook een tablet thuis, dus dan besteden ze er ongemerkt al veel tijd aan. Het gaat ons dan ook meer om de software die ze hier krijgen aangeboden -thuis gaat het vaak om minder educatieve spelletjes- dan het feit dat ze leren omgaan met een tablet.”

Er is een groot aanbod aan (gratis) spelletjes, maar Rob benadrukt dat de school bewuste keuzes maakt. “Ik zet mijn kast ook niet zomaar vol met allerlei lesmaterialen, dus dat doe ik op de iPad ook niet.” Hij geeft dan ook de voorkeur aan Osmo. “Dit is afgekaderd en hier leren ze echt iets van. Je kunt per spel van Osmo kiezen uit verschillende moeilijkheidsgraden. Sommige andere aanbieders zijn erg uitgebreid; kleuters gaan dan snel wisselen tussen verschillende spelletjes. Bovendien zijn de kinderen, door de extra materialen bij Osmo, ook met hun handen bezig; goed voor de motoriek. Op deze manier voegt ICT ook echt iets toe.”

Leerling op iPad

Een leerling aan het werk op de iPad

Rob: “Maar de software is duur. Ik denk dat je voor een spel van Osmo tussen de veertig en zestig euro betaalt. Voor een interactieve puzzel van een andere aanbieder is dat tussen de vijfendertig en veertig euro. Dat is natuurlijk best een groot verschil met een ‘normale’ puzzel, die tien of vijftien euro kost. Maar ik verwacht wel dat dat gaat veranderen en dat de prijzen verder zullen dalen. Toen de interactieve puzzels voor het eerst werden aangeboden, twee jaar geleden op de Nationale Onderwijs Tentoonstelling (NOT), kostten ze nog het driedubbele. Het voordeel is dat wanneer je een spel aanschaft, je niet voor verrassingen komt te staan; nieuwe updates zijn gratis en worden automatisch uitgevoerd.” Het updaten van de iPads kost de leraar wél wat werk en wordt dan ook soms vergeten. “Voor de onderbouw heb ik de leidende rol op me genomen en probeer ik andere leraren te ondersteunen. Het is voor ons ook veel ontdekken. Oudere collega’s nemen de spullen af en toe mee naar huis, om er handigheid in te krijgen.”

Methodes én specialistische ICT-lessen

Op hetzelfde moment, maar een verdieping hoger, krijgen de leerlingen in groep 5 les in programmeren. Leraar Lourens van der Kleij zit achter zijn bureau en de kinderen zijn op Chromebooks bezig met Programmeren in LOGO. Ze moeten LOGO een instructie geven zodat het programma geautomatiseerd een mandala (een geometrisch patroon) gaat tekenen. Benjamin (8) is geconcentreerd bezig, maar wil zijn mandala wel even laten zien. “Het lijkt op een zonnetje”, zegt hij. “Ik ben gewoon wat aan het uitproberen; het is de eerste keer dat ik dit doe.” Hij vertelt dat ze elke vrijdag op de Chromebook werken. “En ik doe ook het Digitaal Atelier, als extra vak. Daar heb ik laatst een stop-motion filmpje gemaakt. Zal ik die laten zien?” Hij opent zijn Google Drive en zoekt de video op. “Het is belangrijk dat de kinderen ook leren omgaan met de omgeving van Google”, licht Lourens toe.

De school wil de Chromebooks ook meer gaan inzetten bij de zaakvakken (geschiedenis, aardrijkskunde en biologie). Nu worden ze met name gebruikt voor de vakken taal en rekenen. Het werken met de standaard methodes en de bijbehorende digitalisering daarvan, dat ligt bij de leraren zelf. Maar Lourens is, naast leraar van groep 5 en 7, ook een halve dag in de week ICT-leerkracht in andere groepen, voor de begeleiding van de meer specialistische ICT-lessen, waaronder de programmeerlessen. “In het begin heb ik al deze lessen gegeven waar de groepsleerkracht bij aanwezig was. Het is de bedoeling dat collega’s dit nu zelf oppakken en ermee verder gaan.” Leraren die eerst wat huiverig waren voor alle digitale ontwikkelingen, lijken nu ook enthousiast te worden. “Veel drempels zijn inmiddels weg”, zegt Anita. “Je kunt scholing of cursussen aanbieden, maar de inhoud daarvan veroudert snel. Het vergt gewoon wat lef van de leraar om hier in te duiken. Als je ziet hoe we begonnen zijn en wat we al bereikt hebben, dan ben ik daar erg trots op. Iedereen is er uiteindelijk toch voor gegaan.”

Alles digitaal?

Leerling met Chromebook

Een leerling aan de slag met een Chromebook

Lourens merkt dat de leerlingen het werken met ICT hartstikke leuk vinden. “We hebben niet voor elke klas continu Chromebooks beschikbaar, maar in principe zouden bijna alle lessen digitaal kunnen.” Over het werken met Cloudwise is de school ook tevreden. Anita: “Als er een storing is, dan wordt het zo snel mogelijk verholpen.” De grootste hindernis is het wifi-signaal dat af en toe wegvalt. “En dat niveauverschillen groter worden. Omdat kinderen met digitale leermiddelen meer op hun eigen niveau werken, kunnen sommigen ook sneller naar een hoger niveau. Als je daar als leraar in meegaat, worden de verschillen tussen kinderen gigantisch”, aldus Lourens. “Maar dat is helemaal niet erg.”

Lourens licht toe: “Tijdens de lessen programmeren bijvoorbeeld, is het logisch dat er verschillen zijn in de vaardigheden van de kinderen. Dat geldt op andere gebieden ook; heb je aanleg, dan maak je sneller progressie. Als leerkracht proberen we er voor te zorgen dat leerlingen binnen dezelfde opdracht op verschillende niveaus kunnen werken. De gevorderde leerlingen krijgen meer vrijheid binnen de opdracht om deze op hun eigen manier uit te voeren. Zij zullen meer proefondervindelijk werken omdat ze de basiselementen al beheersen. Voor de gemiddelde leerlingen is het belangrijk om de werkwijze te demonstreren. Vervolgens voeren zij de opdracht zelfstandig uit. De leerlingen die de opdracht lastig vinden, doen stap voor stap met de leerkracht mee. Dit duurt veel langer en hierdoor worden de verschillen natuurlijk nog groter. Tijdens de methodelessen is er minder ruimte om te excelleren, wel om terug te schakelen.”

Dat werken met digitale leermiddelen scheelt in nakijktijd en werkdruk, dat beaamt Lourens. “En de enorme motivatie van de kinderen, dat telt ook mee.” Anita: “De leraren geven aan dat het prettig is om de toetsen digitaal af te nemen. De resultaten zijn direct bekend en worden automatisch geregistreerd. Het scheelt al gauw een uur werk; in dat uur kunnen ze met de voorbereiding van een volgende les aan de slag.”

21st century skills

De van Oldenbarneveltschool vindt het belangrijk dat kinderen in aanraking komen met nieuwe, moderne dingen. “Dat ze niet alleen met pen en papier kunnen werken. Daarnaast geven veel digitale programma’s meteen feedback en dat vinden we erg waardevol”, zegt Anita. De school wil ook aandacht besteden aan hoe kinderen kunnen omgaan met zaken die gepaard gaan met de digitalisering van de samenleving. “Hoe zoek je iets op, hoe ga je veilig om met social media, hoe leer je om out-of-the-box te denken? Maar ook digitale vaardigheden als het maken van een PowerPointpresentatie, een Prezi of een Google Spreadsheet; alle 21st century skills. Dus ook dat de ‘drive’ sluit bij een deadline van een werkstuk en dat op tijd inleveren dus noodzakelijk is.” De school heeft nooit het idee gehad om een digischool te worden. “Sommige dingen beklijven namelijk beter wanneer je schrijft of leert uit een boek”, aldus Anita.

De volgende stappen

Groep 3 had maar tien Chromebooks. Daar zijn er recent nog zes bijgekomen, zodat de leerkracht met een halve groep digitaal kan werken. Anita: “Vanuit de kleuterklas zijn de kinderen gewend om met een iPad te werken en te swipen, maar vanaf groep 3 krijgen de kinderen te maken met Chromebooks. Ze gaan dan hun mousepad-vaardigheden ontwikkelen. Dat bouwen we heel rustig op; alles in groep 3 is al nieuw voor hen. Misschien is het zelfs verstandig in groep 3 pas na de herfstvakantie met Chromebooks te starten.”

De volgende stap die ze op ICT-vlak willen zetten is het finetunen van het ICT-beleidsplan. “Het is beleid dat we ieder jaar moeten herzien: wat moet minder, meer of anders? Ook moeten we bekijken of extra ondersteuning voor leerkrachten nodig blijft. Gelukkig hebben wij nu nog voldoende mensen die begeleiding kunnen bieden, maar met het dreigende lerarentekort kan dat opeens omslaan.”