Interview

Werken aan een leerlijn ICT op basis van vrijeschool pedagogiek – hoe doe je dat?

Toen op Vrijeschool Widar in Delft voor de tweede keer een WhatsApp-incident plaatsvond, besloot schoolleider Nadia Demaret dat het tijd was voor nieuwe stap: het ontwikkelen van een leerlijn digitale geletterdheid. Maar dan wel met de stevige pedagogische basis die past bij het vrijeschoolonderwijs. Ze diende een versnellingsvraag in en ging samen met Kennisnet, de PO-Raad en Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) aan de slag.

Verrassend dat een vrijeschool zich bezighoudt met digitale geletterdheid? Volgens de filosofie van Steiner hoort het juist bij de pedagogische opdracht van scholen om kinderen te leren zich ook constructief te verhouden tot technologie. “Je kunt niet om digitalisering heen, daarom is het belangrijk dat leerlingen er gezond, creatief en autonoom mee leren omgaan”, zegt Demaret.

Bij de Stichting Vrijescholen Zuid-Holland, waar Widar onderdeel van is, geven ze les vanuit een pedagogisch kompas dat gefundeerd is op het antroposofisch mensbeeld van Steiner.

Miniatuurvoorbeeld

Demaret: “Het onderwijs gaat verder dan alleen leren lezen, schrijven en rekenen. Het staat volgens ons in dienst van een brede persoonsontwikkeling, zowel individueel als in relatie tot anderen.” Het ontwikkelen van persoonlijke kwaliteiten, zoals creativiteit, leermotivatie, empathie, vitaliteit en verantwoordelijkheid, maakt hiervan een belangrijk onderdeel uit.

Leerlijn op basis van vijf domeinen

Dit pedagogische kompas vormt ook de basis voor de leerlijn digitale geletterdheid die via de versnellingsvraag ontwikkeld wordt. “Belangrijk hierbij is dat we ICT niet als een doel zien, maar vooral als een middel,” vertelt Demaret, “bij veel leerdoelen gebruiken we niet direct digitale apparaten en beeldschermen, maar eerst de principes die erachter zitten – dat kan vaak zonder computer.” Onze nieuwe leerlijn is daarom niet gebaseerd op wat er technologisch mogelijk is, maar gebruikt de pedagogiek als uitgangspunt.   

Hoe ziet dat eruit in praktijk? In het proces van de versnellingsvraag is besloten om de leerlijn op te bouwen vanuit vijf domeinen: leren met ICT, creatief zijn met ICT, de baas zijn over ICT, sociaal zijn met ICT en vaardig zijn met ICT. Tot nu toe zijn de eerste drie domeinen uitgewerkt met leerdoelen die aansluiten bij die van SLO. 

Technologie als aanvulling, geen vervanging

Neem bijvoorbeeld creativiteit. Gaat door het werken met digiborden de creativiteit verloren? “Nee, ik denk dat je juist kan laten zien wat er allemaal mogelijk is met technologie. Maar het digibord is een aanvulling op het krijtbord, niet een vervanging”, benadrukt Demaret.

Miniatuurvoorbeeld
© Twan de Veer / Vrijeschool Widar

“Met het krijtbord geef je de leerlingen een kwalitatieve beleving mee. Een goede bordtekening maken is echt een ambacht en zorgt voor bewondering en verbinding in de klas.” Een digitaal plaatje is een eindproduct, maar via het krijtbord worden de leerlingen bewust dat het niet in één keer perfect gaat. “Het proces zien is belangrijker voor de leerlingen dan het eindresultaat. Daaraan spiegelen ze zich.”

Toekomstige makers: gewetensvol en gedreven

Widar wil dat leerlingen niet slechts technologie consumeren. “Bij het toenemend onbewust consumeren van technologie, is de verleiding zo groot dat je niet meer ziet hoe je zelf door technologie gebruikt wordt”, vindt Demaret, refererend aan alle gegevens die over gebruikers worden opgeslagen en de filterbubbels die daardoor ontstaan.

Daarom willen we dat leerlingen ook leren om creërend en bewust aan de slag te gaan met technologie, we willen ze stimuleren om de toekomstige makers te kunnen worden.

“Wij richten ons daarbij bewust op de bredere ontwikkeling van verantwoordelijkheid, creativiteit, zelfstandig denken, en de menselijke moraal. Want dat hebben ze nodig als ze onze toekomstige technologische ontwikkelingen gaan bedenken. Hoe mooi zou het zijn als zij aan de nieuwe technologie bijdragen vanuit een brede persoonsontwikkeling: gewetensvol en vaardig”, zegt Demaret. De basisschoolperiode is daarin cruciaal: “Tot de leeftijd van twaalf à dertien nemen leerlingen nog wat van je aan, daarna zijn ze ‘wegens verbouwing gesloten’”, grapt ze. 

Samenwerken met ouders

Zowel leraren als ouders worden meegenomen in de ontwikkeling van de leerlijn. “We hebben een klankbordgroep van ouders over dit thema. Daar zitten mensen in die zelf werken in de ICT-sector en ook mensen die kritisch meekijken en zo hun bedenkingen hebben”, zegt Demaret. 

Ze vindt wel dat je eerst zelf als team je visie moet bepalen: wat je gaat doen en waarom. De vraag hoe je het gaat doen, leent zich daarna voor een mooie wisselwerking met de ouders.

Demaret: “Sommige ouders blijven het een uitdaging vinden. Ze zien ook wel dat digitale ontwikkelingen doorgaan, maar tegelijkertijd ook dat mensen afstand nemen van de gejaagdheid die ICT met zich meebrengt. Sommigen doen hun mobiel bewust uit of zetten notificaties uit.” 

Juist om die balans te kunnen vinden tussen de off- en online wereld, stelt Demaret dat het nu de tijd is om dit kinderen bij te brengen.