Aan de slag 24 juli 2019

Wanneer is een leermiddel toegankelijk en hoe kun je dat verbeteren?

Onderwerpen
Dossier

Het lesboek geeft de leerling instructie om de opdracht verder te vervolgen op een website. Voor de meeste leerlingen een eitje. Maar voor blinde en slechtziende leerlingen kan dit zomaar een struikelblok vormen. “Je zoekt jezelf helemaal suf!” Maar wanneer is iets nou echt toegankelijk en hoe kun je dat verbeteren?

Dit artikel is ook onderdeel van de versnellingsvraag

Volgens Dedicon - een organisatie die informatie leesbaar, zichtbaar, hoorbaar of voelbaar maakt voor mensen met een visuele beperking - is informatie toegankelijk wanneer deze waarneembaar, bedienbaar en begrijpelijk is voor iedereen. Wanneer het om webbased materiaal gaat, zijn hier specifieke webrichtlijnen voor. In het boekje ‘Maak open’, zet Dedicon tien belangrijke aandachtspunten op een rijtje waarmee je de toegankelijkheid simpel kunt verbeteren. 

1. Informatief kleurgebruik

Kleur is niet door iedereen waarneembaar, denk bijvoorbeeld aan leerlingen die slecht zien of kleurenblind zijn. Zorg er daarom voor dat kleur niet het enige middel is waarmee je informatie overbrengt of actie vraagt van de gebruiker, zoals de keuze tussen een groene of een rode knop. 

2. Hoog contrast

Plaatjes die erg donker zijn, of niet genoeg contrast hebben tussen tekst en achtergrond, zijn niet goed zichtbaar voor iedereen. Verbeter daarom de contrastverhouding, zodat er een goed onderscheid is tussen voor- en achtergrond.  

3. Een betekenisvolle bestandsnaam

Zorg dat een bestand een korte en duidelijke naam heeft. Dus bijvoorbeeld ‘artikel toegankelijkheid blinden en slechtzienden.pdf’ en niet ‘artikel.pdf’. Op die manier blijft voor iedereen duidelijk wat de inhoud van een bestand is. Zorg ervoor dat de bestandsnaam geen spaties of speciale tekens bevat.

4. Betekenisvolle en herkenbare linknamen

Weten wat er gebeurt als je op een linknaam klikt, is belangrijk: wordt er een bestand gedownload of navigeer je naar een andere website? Gebruik een heldere linkbeschrijving. Vermijd bijvoorbeeld termen als ‘klik hier’ of ‘lees meer’ zonder verdere uitleg. 

5. Alternatieve tekst bij klikbare afbeeldingen

Kinderen met een visuele beperking zien afbeeldingen soms niet goed, of helemaal niet. Hulptechnologie leest daarom het tekstalternatief voor. Maar wanneer een afbeelding als 'klikbare link' fungeert, dan gaat de tekst vaak over de link zelf (bv.  'klik door') en niet over wat er op het plaatje staat. Zorg er daarom voor dat er altijd een beschrijving van de afbeelding bij staat. 

6. ‘Echte’ tekst

Soms wordt tekst alleen in een afbeelding weergegeven, als plaatje. Kinderen met bijvoorbeeld dyslexie kunnen de tekst dan niet laten voorlezen door een computerstem. En voor kinderen die slecht of niet kunnen zien, is de tekst helemaal niet waarneembaar. Zorg er daarom voor dat er altijd ‘echte’ tekst bij staat, die te selecteren is, en daardoor bruikbaar voor hulptechnologie. 

7. Begrijpelijke taal

Zorg ervoor dat de tekst begrijpelijk is en aansluit bij de doelgroep. Houd bijvoorbeeld de zinnen kort en gebruik actieve werkwoordsvormen en deel lange samengestelde zinnen in stukken. Vermijd daarnaast figuurlijk taalgebruik, buitenlandse woorden, vaktermen, afkortingen en moeilijke woorden.  

8. Aangekondigde onderdelen

Voor leerlingen met een beperking kan informatie die uit verschillende onderdelen bestaat lastig te overzien zijn. Elementen die daar structuur aan geven, kunnen helpen zoals: een titel, inleiding en tussenkopjes, vooral wanneer de daarna volgende onderdelen eerst aangekondigd worden. 

9. Betekenisvol gemarkeerde pagina’s 

Het is belangrijk om pagina’s, zoals op websites of vensters van een computerprogramma, een betekenisvolle, korte en unieke titel te geven. Hierdoor kunnen blinde en slechtziende leerlingen met hulptechnologie webpagina’s en vensters gemakkelijker onderscheiden. Zo zijn bijvoorbeeld webpagina’s bij de favorieten beter te onderscheiden van elkaar.

10.  Betekenisvol gemarkeerde koppen, labels en lijsten

Maak koppen vet en in grote lettertypes zodat ze visueel gemakkelijker te herkennen zijn. Wanneer koppen ook gemarkeerd zijn via codering, dan kan hulptechnologie ze ook herkennen, en biedt dit structuur en overzicht. Voor webpagina’s zijn hier zes soorten zogeheten ‘headings’ voor en in Microsoft Word kan dit met Stijlen zoals Kop1 en Kop2.  

Meer lezen? 

Zelf ervaren hoe het is om het web te navigeren met een visuele beperking? Probeer de Chrome-extensie Funkify