Interview 5 december 2018

“Veel meer dan voorheen moeten en willen wij als uitgeverij flexibel zijn”

Wat zijn ontwikkelingen in het basisonderwijs die van invloed zijn op de keuzes die uitgeverijen willen - en moeten - maken bij de ontwikkeling van leermiddelen? Een interview met Roel Bakker, directeur bij ThiemeMeulenhoff.

Miniatuur
Roel Bakker, directeur bij ThiemeMeulenhoff

Hoe heeft de ontwikkeling van een nieuw curriculum met nieuwe kerndoelen invloed op leermiddelen die jullie als uitgeverij ontwikkelen?

“We zijn continu bezig met wat er speelt rondom curriculumontwikkeling. We kijken naar de leerdoelen die behaald moeten worden. Die leerdoelen vormen het uitgangspunt voor de ontwikkeling van het leermiddel, dat bedoeld is om het leerproces van leerlingen te ondersteunen. Daarnaast hebben we oog voor het werkproces in de klas en de leerkrachten die ermee gaan werken. Dat is soms een dilemma voor ons: enerzijds willen we oplossingen bieden die  gebruik maken van alle moderne technologische mogelijkheden en nieuwste inzichten op het gebied van didactiek en anderzijds willen we oplossingen bieden die direct toepasbaar zijn in de dagelijkse praktijk in de klas. Dat zijn soms interessante uitdagingen.”

Hoe gaat dat proces in zijn werk?

“Bij het ontwikkelen van nieuwe leermiddelen staan de leerdoelen centraal. Daar maken we een zogenaamd ‘leerdoelennetwerk’ voor. Vervolgens gaan we dit op twee manieren verrijken . In de eerste plaats  maken we keuzes met betrekking tot het beoogde leerproces en hoe de leerdoelen gerealiseerd kunnen worden. Daarvoor maken we didactische en methodische keuzes. Daarnaast onderzoeken we hoe de werkprocessen op scholen eruit zien, bijvoorbeeld: hoeveel tijd is er beschikbaar? Hieruit ontstaan de ‘gebruikersscenario’s’ waarmee we rekening houden. Uiteraard is het ook van belang om rekening te houden met de verschillende leerlingkenmerken.

Vanuit deze invalshoeken, de leerdoelen, het leerproces, het werkproces (gebruikersscenario’s) en de leerlingkenmerken, maken we een soort blauwdruk voor het nieuwe leermiddel. We bepalen vervolgens de inhoud, de leerstof. En dan maken we de content, zoals opdrachten, theorie, oefeningen, toetsen, instructie en dergelijke. De content die past bij bepaalde leerdoelen, noemen we ‘leerobjecten’. We ontwikkelen deze leerobjecten zo dat ze op zichzelf kunnen bestaan. Hierdoor zijn we in staat diverse combinaties te maken. Het is vergelijkbaar met een grote bak vol goed geordende legosteentjes die in allerlei combinaties met elkaar verbonden kunnen worden. Nadat we dit proces intern hebben doorlopen, bepalen we het arrangement van het leermiddel en stellen we het leermiddel samen op verschillende platforms, zowel op papier als digitaal. Dat vergt uiteraard nog een bewerkingsslag, omdat de platforms functioneel van elkaar verschillen. Als laatste stap testen we het leermiddel op scholen en stellen we het bij waar nodig.”

De afgelopen jaren zijn er veel ontwikkelingen op digitaal gebied. Welke gevolgen heeft dat voor jullie als uitgeverij?

“We moeten ervoor zorgen dat de leermiddelen ‘open’ zijn, dus dat leerobjecten vervangbaar, aanpasbaar en aanvulbaar zijn. Met materialen van leerkrachten zelf bijvoorbeeld, maar ook van andere partijen zoals een museum of een gemeentelijk project. Daarnaast denken we ‘multi-platform’. De keuze voor een overkoepelend digitaal platform voor overzicht van de resultaten van leerlingen, moeten scholen zelf kunnen maken, in plaats van dat zij van allerlei verschillende uitgeverijen allerlei verschillende platforms aangeboden krijgen, waardoor leerkrachten soms wel op zeven verschillende plekken moeten inloggen. Het is aan ons om te kijken of we onze leeroplossing in het door de school gekozen platform kunnen publiceren. We werken hiervoor  samen met andere partijen. Wij proberen, vanuit het werkproces van scholen, informatie makkelijker en toegankelijker te maken. Dat betekent dat we niet meer gesloten, maar open moeten denken en dat samenwerken onmisbaar is.”

Het aanpasbaar maken van leermiddelen: hoe doen jullie dat?

“Wij geloven niet meer in ‘one size fits all’. Oftewel: we willen leermiddelen aanbieden die maatwerk mogelijk maken per school. In het verleden was dat zeker niet zo, maar onze nieuwe methodes zijn zo opgebouwd dat dit wel kan. Hoe we dat doen? Door de achterkant anders in te richten, waardoor flexibiliteit mogelijk is en methodes gaandeweg verder ontwikkeld kunnen worden. Samen met de school kijken we naar wat wel werkt, wat niet werkt en wat extra wensen zijn. Daar gaan we mee aan de slag. Wachten tot een nieuwe uitgave van een leermiddel of tot de afschrijvingstermijn op de school verstreken is, is dan niet meer nodig. Scholen hebben behoefte aan methoden, maar niet aan methoden die na aanschaf jarenlang hetzelfde blijven.”

Zijn er grenzen aan dit maatwerk?

“We willen flexibel zijn, maar ook kwaliteit bewaken. Pas je bepaalde dingen aan in een methode, dan mis je misschien iets in de doorlopende leerlijn voor een leerling. Doordat wij de onderliggende blauwdrukken hebben, kunnen we zien wat aan te passen of te vervangen is. Maar we zien ook waar er mogelijk hiaten ontstaan in het dekken van de leerdoelen. We hebben expertise in huis om dat te voorkomen. Om steeds de juiste aanpassingen te kunnen doen, is het  nodig dat we met leerkrachten in gesprek gaan en blijven. Dit ‘in contact zijn’ met scholen was vroeger wel anders, omdat de leermiddelen destijds statisch en moeilijk aanpasbaar waren. Dat is inmiddels niet meer het geval. Hierdoor zijn de leermiddelen beter inpasbaar binnen de beoogde werkwijze van de school en kunnen ze snel aangepast worden.”

Op welke manier werken jullie samen met scholen?

“De ontwikkeling van leermiddelen zien we als co-creatie, iets dat we met elkaar doen. We testen veel, betrekken leerkrachten bij de ontwikkeling en doen aanpassingen aan leermiddelen op basis van de feedback die we krijgen. Als scholen vervolgens met digitale leermiddelen aan de slag gaan, kunnen we, uiteraard volledig geanonimiseerd, zien hoe ermee gewerkt wordt en wat wel en niet gebruikt wordt. Dat geeft informatie om het gesprek aan te gaan over aanpassingen die wenselijk kunnen zijn. We noemen dit ‘data-gedreven productontwikkeling’: op basis van informatie over het gebruik van het product kunnen we dit voortdurend verbeteren en vernieuwen. Uiteraard doen we dit op een manier die niet verstorend werkt en in nauw contact met leerkrachten.”

Je hoort wel eens dat methodes klakkeloos gevolgd worden of moeten worden…

“De methode is slechts een hulpmiddel, we willen dat de leerkracht de regie heeft over het onderwijsleerproces. Tegelijkertijd vinden groepsleerkrachten in het primair onderwijs, die soms wel tien vakken moeten geven, de houvast die methodes bieden fijn. Zij geven aan dat de structuur hen helpt om lessen te vullen en het de zekerheid biedt dat leerdoelen behandeld worden. De kunst is om er niet rigide aan vast te houden, maar keuzes te maken in het onderwijs van elke dag. De ene leerkracht vindt dat lastig of heeft er geen behoefte aan, de ander durft die ruimte wel te nemen.”

Digitale geletterdheid is een van de leergebieden van het nieuwe curriculum. Zien jullie dit als een apart vak of moet het geïntegreerd worden in andere methodes?

“Dit houdt ons erg bezig. We denken dat er op dit moment weinig ruimte is in het curriculum om er een apart vak voor te maken. Maar belangrijker is de vraag waarom je de vier domeinen van digitale geletterdheid zou isoleren in een apart vak. Informatievaardigheden, mediawijsheid en zelfs computational thinking komen in veel vakken en lessen terug. En doordat onze methodes aanpasbaar zijn, kunnen we dit als uitgeverij ook vrij makkelijk integreren in bijvoorbeeld de reken- of taalmethode.”

Wat is jouw ideaalbeeld van de toekomst?

“We worden gezien als uitgeverij van standaardproducten, maar we willen graag een learning design company zijn. We hebben kennis op vier gebieden: goede educatieve content, didactiek en methodieken, leertechnologie en learning analytics. Door de kennis op deze gebieden te combineren proberen we effectieve leeroplossingen te bieden die passen binnen de context van scholen, gemakkelijk in gebruik zijn en waarmee zij onderwijsdoelstellingen kunnen waarmaken. Het ideale leermiddel bestaat dus niet, want elke school is anders. Dat vraagt van ons dat we flexibel zijn, veel meer dan voorheen. Het is een grote opdracht die we onszelf geven. Maar we geloven erin.”

Om steeds de juiste aanpassingen te kunnen doen, is het  nodig dat we met leerkrachten in gesprek gaan en blijven. 

Reactie toevoegen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.