Artikel

Uitgeverijen aan het woord over het nieuwe curriculum

Leren op computer

Sinds 2015 wordt er gewerkt aan een vernieuwd curriculum onder de naam Curriculum.nu. Daarbij wordt ‘meer samenhang in het onderwijsaanbod realiseren en de overladenheid terugdringen’ ook als wens genoemd. Wat vraagt dit van uitgeverijen? Hoe passen zij methodes aan op de behoeften van scholen en hoe wordt hierin samengewerkt? En waar liggen uitdagingen om maatwerk mogelijk te maken en tegelijkertijd leerlijnen overeind te houden? Roel Bakker (ThiemeMeulenhoff) en Willemijn Muggen (Noordhoff Uitgevers) aan het woord. 

"Veel meer dan voorheen moeten en willen wij als uitgeverij flexibel zijn" 

Lees het uitgebreide interview met Roel Bakker, directeur bij ThiemeMeulenhoff

 

"Content vindbaar maken, dat is voor ons de grootste uitdaging"
 

Lees het uitgebreide interview met Willemijn Muggen, UItgeefmanager Basisonderwijs bij Noordhoff Uitgevers

Vroeger schaften leerkrachten een methode in boekvorm aan, verwerkten de resultaten van leerlingen handmatig en koppelden dit via rapporten terug aan ouders. Die tijd is voorbij. Naast de methodes van uitgeverijen is er tegenwoordig veel (open) digitaal leermateriaal beschikbaar. Scholen wisselen veel digitale informatie uit met uitgeverijen, leveranciers van leerlingvolgsystemen en overkoepelende dashboards. Bovendien groeit de vraag naar maatwerk en flexibiliteit van methodes. Het vraagt nogal wat van iedereen binnen de leermiddelenketen, ook van uitgeverijen.

Aanpasbare en vindbare content

Uitgeverijen volgen de ontwikkelingen rondom het nieuwe curriculum op de voet, zo geven Roel Bakker (ThiemeMeulenhoff) en Willemijn Muggen (Noordhoff Uitgevers) aan. Beiden erkennen dat er meer flexibiliteit nodig is aan aanbiederszijde. “We moeten ervoor zorgen dat leermiddelen open zijn, dus dat leerobjecten vervangbaar, aanpasbaar en aanvulbaar zijn”, vertelt Roel. Volgens Willemijn speelt met name de vindbaarheid van content door goede metadatering een belangrijke rol. “Een flinke puzzel waar we volop mee bezig zijn.”

Vasthouden en loslaten

Een veelgehoorde opmerking is dat methodes van uitgeverijen vaak (te) strak gevolgd worden door de scholen. Toch is dat niet iets wat uitgeverijen zelf nodig achten, aldus Willemijn: “We bieden een goed gevulde ‘kapstok’, maar het is aan de scholen en leerkrachten om te bepalen wat ze belangrijk vinden uit methodes en ook daadwerkelijk willen gebruiken. Leerkrachten moeten zich beter toegerust voelen om onderdelen over te slaan.”

Ook Roel bevestigt dit: “De kunst is om er niet rigide aan vast te houden, maar keuzes te maken in het onderwijs van elke dag. De ene leerkracht vindt dat lastig of heeft er geen behoefte aan, de ander durft die ruimte wel te nemen.” Tegelijkertijd geven beiden aan dat het volgen van een methode een groot voordeel heeft: de doorgaande leerlijn en leerdoelen zijn erin geborgd. Je weet dus zeker dat je ook alle verplichte lesstof behandelt.  

Digitale geletterdheid

Wat uitgeverijen verder bezig houdt, is de plek van het nieuwe leergebied digitale geletterdheid. Vind je dat dit een apart vak worden of moet dit een plek krijgen in bestaande methodes? Roel: “We denken dat er op dit moment weinig ruimte is in het curriculum. Bovendien komt digitale geletterdheid al in veel vakken en lessen terug en kunnen wij als uitgeverij met een aantal aanpassingen dit verder doorvoeren in methodes.”

Willemijn onderschrijft dat, maar geeft tevens aan dat digitale geletterdheid pas écht status krijgt als het een vak wordt. “Ik ben er nog niet over uit”, geeft zij aan. Waar zowel zij als Roel het wel over eens zijn, is dat de samenwerking met scholen belangrijk is en blijft. Beide uitgeverijen zoeken de contacten volop op. “En ja, dat was vroeger zeker anders.”

Reactie toevoegen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.