Blog

Programmeren en directe instructie

Directe instructie is hot! Waar we in de jaren ‘90 veel over ontdekkend leren hoorden, zien we in Nederland nu een hernieuwde interesse voor het ‘directe instructie model’. Zowel bij taal als bij rekenen, is er duidelijk meer aandacht voor het ‘stampen’ van kennis.

Directe instructie, uitleg gevolgd door veel gericht oefenen, werkt goed. Het werkt ook egaliserend; het maakt niet uit welke kennis kinderen al hebben (meegekregen van thuis). Iedereen heeft gelijke kansen om de basiskennis op te doen. Daarom toont onderzoek ook aan dat directe instructie vooral voor zwakkere leerlingen goed werkt.

Programmeer-nerd

Toen ik zelf een jaar of zes geleden begon met programmeerlessen geven aan kinderen, wist ik van directe instructie helemaal niks. Ik wilde gewoon kinderen helpen met leren programmeren! Zoals veel buitenschoolse programmeerdocenten was ik vooral een ‘programmeer-nerd’. Ik startte Scratch op en zei: ‘Maak maar wat leuks!’ Veel uitleg was er niet bij. Onbewust wilde ik denk ik die kinderen dezelfde ervaring geven die ik zelf had toen ik leerde programmeren: alleen in het thuiskantoor van mijn vader lange lappen computercodes overtikken tot ik eindelijk een spelletje had. 

Jaren ’80

Dat is wat programmeerlessen zo anders maakt dan iedere andere vorm van onderwijs. Als ik denk aan toen ik als kind leerde pianospelen, fietsen of lezen, dan was daar altijd een volwassene bij die mij hielp met lessen en oefening. Maar omdat er in de jaren ‘80 maar heel weinig mensen waren die konden programmeren, hebben de meeste mensen van mijn leeftijd zichzelf leren programmeren. We hebben dus als groep geen collectieve herinnering aan hoe een les eruit ziet, en dus vallen we terug op onze eigen ervaring van het leren programmeren: zelf ontdekken en veel vrijheid (en héél veel geduld).

Het is geen toeval dat programmeeronderwijs een zeer sterke hang heeft naar zelfontdekkend leren trouwens, het komt niet alleen omdat de dertigers en veertigers van nu zichzelf het vak aangeleerd hebben. De pionier van programmeeronderwijs, Seymour Papert, die al in de jaren ‘60 programmeerlessen aan kinderen gaf en de eerste programmeertaal voor kinderen ontwikkelde, was een student van Jean Piaget. Piaget kennen we natuurlijk van de vier ontwikkelingsfasen van kinderen, maar ook als vader van het constructivisme: het idee dat iedereen die leert zelf een eigen versie van de werkelijkheid construeert. Piaget zei over Papert: ‘Niemand begrijpt mijn werk beter dan hij.’ Paperts visie zie je ook vandaag de dag terug in een programmeertaal als Scratch. Alles kan, en er is weinig begeleiding als je vast zit. Niet zo verrassend dus dat we zien dat nogal wat kinderen afhaken en dat veel kinderen qua programmeerniveau op een plateau blijven zitten.

Hulp

Onderzoek onderstreept het idee dat kinderen hulp nodig hebben bij het leren programmeren omdat ze anders stoppen of vastlopen. Mijn eigen onderzoek liet zien dat brugklassers het al lastig vinden om code goed hardop voor te lezen, laat staan dat ze het zelfstandig goed kunnen snappen.

Dus, alhoewel we natuurlijk alleen maar respect kunnen hebben voor de visie en inzet van Papert dat alle kinderen digitaal vaardig moeten zijn, is het ook voor programmeren tijd om directe instructie te omarmen. Net zoals we de tafels en ‘t kofschip oefenen en oefenen, moeten we ook de ‘alsjes’ en de herhaallussen erin gaan stampen, als we willen dat alle kinderen het programmeren goed leren.

Felienne Hermans is universitair hoofddocent aan de Universiteit van Leiden waar ze onderzoek doet en programmeeronderwijs verzorgt. Daarnaast geeft ze programmeerlessen aan kinderen, o.a. op Lyceum Kralingen. In 2017 werd ze door SURF uitgeroepen tot Docent van het Jaar vanwege haar online cursussen. Ze ontwikkelde bijvoorbeeld een gratis online cursus ‘Scratch: programmeren voor kinderen’ vanuit TU Delft waar ze destijds werkte.