Interview 5 november 2018

"Open content is een verrijking, geen vervanging"

Onderwerpen
Dossier

Open leermateriaal - (digitaal) onderwijsmateriaal dat vrij te gebruiken, te kopiëren, te wijzigen en te delen is - komt op steeds meer plaatsen beschikbaar. Denk aan instructievideo's op YouTube, maar ook aan platforms voor open leermateriaal als Wikiwijs of Schooltv. Deze ontwikkelingen veranderen het onderwijs. Open content biedt mogelijkheden om het lesprogramma te verrijken en om meer maatwerk te bieden. Maar hoe pak je dat als leerkracht, team en school aan? Wat zijn de voor- en nadelen van werken met open leermiddelen? En gaat open lesmateriaal in de toekomst de traditionele lesmethoden van educatieve uitgevers vervangen?  

Wat is open content en hoe verhoudt zich dat tot via uitgevers beschikbare leermiddelen?
Jan-Bart: “Open content, of open lesmateriaal in dit geval, is materiaal dat je vrij kunt hergebruiken en aanpassen aan je eigen behoefte. Het zijn vaak ‘kleine brokjes’ materiaal. Zoals een video over de werking van windenergie of uitlegkaarten voor spelling. Daardoor is open content goed te gebruiken naast, of in combinatie met andere leermiddelen. Leerkrachten kunnen hiermee hun lessen verrijken, actueler maken en specifieker inspelen op wat leerlingen nodig hebben. En zo de methodes van uitgeverijen meer aanpassen aan individuele behoeften van leerlingen.”

Is er sprake van een toename van open lesmateriaal?
Willem-Jan: “Op platforms als Pinterest en YouTube gaat de groei van open content onverminderd door. Niet gek, want we hebben steeds meer mogelijkheden om zelf dingen te maken en beschikbaar te stellen. Vroeger had je nog een studio nodig; tegenwoordig kan elke leerling of leerkracht een video maken met zijn telefoon, deze bewerken en vervolgens delen. Twintig jaar terug moest je elkaar persoonlijk opzoeken en iets doorgeven; nu stuur je snel, makkelijk en laagdrempelig een berichtje via social media en e-mail. En via Google, veelvuldig gebruikt door leraren, is een immense hoeveelheid bronnen beschikbaar.”
Jan-Bart: “Het onderwijs heeft een lange traditie van het onderling delen van lessen, bijvoorbeeld over de seizoenen of in het kader van Prinsjesdag. Ook dát is open content. Wat wij als Kennisnet nu proberen te doen is het open lesmateriaal op één online platform gestructureerd aan te bieden en het makkelijk vindbaar te maken voor een grotere groep.”

Hoe doen jullie dat, open lesmateriaal gestructureerd aanbieden?
Jan-Bart: “Bij Kennisnet steken we veel energie in twee zaken. Allereerst in het toekennen van goede, gedetailleerde ‘labels’ aan het leermateriaal. Denk hierbij aan de vermelding van het vakgebied of het leerjaar. We noemen dat metadata. De tweede stap is inzicht geven in de kwaliteit van het materiaal. We hebben hiervoor leermiddelspecialisten: docenten die vrijwillig het materiaal bekijken en er een beoordeling aan geven. Het open lesmateriaal wordt - met metadata en kwaliteitsbeoordeling - gedeeld via speciaal daarvoor bedoelde platforms, zoals Wikiwijs.”
Willem-Jan: “Je kunt ook zoeken zonder metadata, zoals bij Google. Daarbij is reputatie belangrijk. Je zoekt dan bijvoorbeeld op een bron die je vertrouwt of die je aanbevolen is. Vergelijk het met het zoeken van een boek of nieuws online, daarbij doe je hetzelfde.”

Wat zijn de voordelen en nadelen van open lesmateriaal? Willem-Jan: “Je moet open lesmateriaal niet zien als tegenhanger van ‘gesloten’ lesmateriaal, oftewel de methodes van uitgeverijen. Open lesmateriaal kan het gesloten materiaal verrijken en aanvullen. Dat gezegd hebbende: een van de voordelen van gesloten materiaal is dat je er iemand op kunt ‘aanspreken’, er is een duidelijke afzender. Uitgeverijen staan voor kwaliteit, voor het actueel houden van het materiaal en zij zorgen voor (didactische en inhoudelijke) samenhang in de leerlijnen. In het open domein is dat niet altijd zo. Je moet je bij open materialen steeds afvragen of de kwaliteit wel voldoende is, of het materiaal actueel is, of het aansluit bij de leerdoelen en of dit gewaarborgd is. Voordelen van open lesmateriaal zijn natuurlijk dat je er gemakkelijk bij kan, dat je het ad-hoc kunt inzetten en het kunt aanpassen naar eigen behoefte. En je hebt als leerkracht vrijheid om zelf te bepalen wat je gebruikt.”
Jan-Bart: “Ook de variëteit van open lesmateriaal is een pluspunt. Als een methode of een onderdeel daarvan voor een bepaalde leerling niet werkt, dan kun je die rijkheid soms wel vinden in open materiaal. In het onderwijs hebben we ons lange tijd vastgehouden aan methodes. Je kunt je afvragen of dat sowieso een goed idee is, het geeft een soort van starheid. Het daagt de leerkracht minder uit. Aan de andere kant moet je je als leerkracht bewust zijn van de leerdoelen en leerlijnen en in de methodes zijn die in ieder geval op een goede manier verwerkt. Een ander punt: de werkdruk in het onderwijs is hoog, dus er is weinig tijd om te zoeken naar open lesmateriaal.”
Willem-Jan: “Kortom, er zijn zowel voordelen als nadelen. Het heeft veel zin om na te denken over de combinatie van beide soorten leermateriaal.”

Hoe kunnen we vanuit het perspectief van het bestuur en de schoolleider naar open versus gesloten lesmateriaal kijken?
Willem-Jan: “Bestuurders en schoolleiders vinden de onderwijskwaliteit belangrijk en willen dat leerdoelen behaald worden. Het gebruik van methodes is daar een waarborg voor; die garantie kan open lesmateriaal (nog) niet bieden. Van de andere kant kan het gebruiken en maken van open lesmateriaal bijdragen aan de professionalisering van docenten. Als zij bijvoorbeeld met elkaar een les maken, zullen ze bewuster nadenken over ICT, over leerdoelen, enzovoorts. Het is een onterechte verwachting dat open lesmateriaal een methode volledig kan vervangen, maar door de combinatie van open en gesloten lesmateriaal heb je én kwaliteit én professionalisering én maatwerk.
Overigens wordt soms gezegd dat open lesmateriaal helpt om de kosten binnen de perken te houden. Dat is te kort door de bocht. Zelf open lesmateriaal maken ter vervanging van methodes is een enorme klus, die tevens stuit op de eerder genoemde nadelen: wie houdt het materiaal actueel en wie waarborgt de kwaliteit? Scholen kunnen deze kwaliteitszorg ook zelf organiseren, maar dat vraagt een serieuze inspanning.”

Wat betekent de komst van het nieuwe curriculum voor het gebruik en de ontwikkeling van open leermateriaal?
Willem-Jan: “Door het bijgestelde curriculum zal er behoefte ontstaan aan nieuw leermateriaal dat de nieuwe leerdoelen ondersteunt. Voor een belangrijk deel zullen uitgeverijen daarop gaan inspelen. Dat is nodig, want volgens de recent verschenen leermiddelenmonitor van het SLO gebruikt meer dan 70% van de leerkrachten nog steeds voornamelijk methoden van uitgeverijen. Tegelijkertijd kan het nieuwe curriculum ook een impuls geven aan vernieuwing. Ik kan me voorstellen dat voor kleine, nieuwe brokken uit het curriculum of voor actualiteiten meer ruimte ontstaat voor open leermateriaal.”
Jan-Bart: “We zagen dit ook een aantal jaren geleden rondom de 21st century skills. Er was geen materiaal beschikbaar, dus groeide het aanbod van open lesmateriaal over dit thema. Ik denk daarnaast dat docenten door het nieuwe curriculum bewuster worden van leerlijnen en leerdoelen. Hierdoor zullen  ze ook makkelijker op zoek gaan naar passend leermateriaal.”

Zijn er goede voorbeelden van open content in het primair onderwijs?
Jan-Bart: “In het voortgezet onderwijs zie je veel meer dat open leermateriaal gestructureerd wordt aangeboden. Daar is een logische verklaring voor: er zijn vakdocenten die makkelijker met hun sectie lessen kunnen maken. Die samenwerking is echt cruciaal. In het primair onderwijs is er meer versnippering: docenten werken vakoverstijgend en vaker in deeltijd. Er is een versnellingsvraag bij de Vrije Scholen, die op dit moment geëvalueerd wordt. Ik zie potentieel in dit soort natuurlijke communities die op zoek zijn naar specifiek leermateriaal, bijvoorbeeld vanwege een didactische opvatting zoals Montessori of vanuit een geloofsovertuiging. Of kijk naar een doelgroepgerichte verzamelplaats, zoals de versnellingsvraag over digitaal lesmateriaal voor leerlingen in het speciaal onderwijs. Deze vragen zijn te klein om door de markt bediend te worden, maar groot genoeg om met gelijkgestemde professionals op te pakken. Dat gaat bijdragen aan kwaliteit en zorgt voor minder kosten dan wanneer een school alleen aan de slag gaat. Tegelijkertijd geeft het samen ontwikkelen van open lesmateriaal uitdagingen, want de vrijblijvendheid en keuzevrijheid worden beperkt als je het niet alleen doet. "

Hoe staat er volgens jullie over vijf jaar voor?
Willem-Jan: “Ik denk dat de veranderingen niet heel snel gaan. Een paar jaar terug waren we heel enthousiast over digitale leermiddelen en waren er bestuurders die dachten: alles wordt digitaal. Inmiddels zijn we realistischer. We zien dat digitaal materiaal perfect geschikt is voor bijvoorbeeld gerichte rekenoefeningen, voor leren op het eigen niveau en met mogelijkheden voor gerichte feedback, en voor actualiteiten. Maar voor andere dingen, zoals het verwerken van grote brokken informatie, is er nog steeds een plek voor papieren leermateriaal. Iets dergelijks speelt ook bij open materiaal: er is ruimte voor methodes omdat daarin de leerlijnen zijn geborgd. Ik denk dat we nu een fase komen waarin we de voordelen van elke soort gaan zien en op zoek gaan naar de ideale mix tussen folio en digitaal, en tussen open en gesloten.”
Jan-Bart: “Wat al groeiend was de afgelopen jaren, en wel zal blijven toenemen, is het gebruik van open, digitaal materiaal door leerlingen zélf. Even snel iets opzoeken of een extra uitleg vinden als je het tijdens de les niet snapt.”
Willem-Jan: “Mijn advies? Blijf positief, maar wees niet naïef over open content.”

Drie tips

  1. Wil je zelf aan de slag gaan met open lesmateriaal? Ga dan naar www.Wikiwijs.nl. Daar kun je zelf lessen en ander materiaal zoeken. Ook kan je eigen online lesmateriaal maken met Wikiwijs Maken.  
  2. Ga niet alleen met een enthousiaste blik aan de slag met open leermateriaal, maar ook met een kritische blik. Blijf de kwaliteit bewaken.

  3. Ga eerst zoeken of er al iemand anders is die materiaal heeft ontwikkeld: iets  nieuws maken is veel tijdrovender dan iets hergebruiken. Als je toch zelf leermateriaal wilt ontwikkelen, zoek elkaar dan op en werk samen. Dat zorgt voor meer kwaliteit.

Miniatuur
Jan-Bart de Vreede is domeinmanager leermiddelen en metadata bij Kennisnet, met speciale aandacht voor open leermiddelen en Wikiwijs.

Jan-Bart de Vreede is domeinmanager leermiddelen en metadata bij Kennisnet, met speciale aandacht voor open leermiddelen en Wikiwijs.

Miniatuurvoorbeeld
Willem-Jan van Elk is strategisch adviseur op het gebied van leermiddelen bij Kennisnet. Hij richt zich daarbij onder meer op het gesprek tussen onderwijs en aanbieders op het gebied van leermiddelen.