Aan de slag 28 juni 2018

Op zoek naar de robot die past in de klas

Buddy, Sanbot, Pepper… zomaar wat robots die je kunt inzetten in de klas. Welke robots zijn er, wat zijn de verschillen en waar moet je op letten als je er als school mee aan de slag wilt?

De term robot is voor het eerst genoemd in het toneelstuk Rossum’s Universal Robots van Karel Čapek uit 1920. Het woord komt van het Tsjechische robota, dat verwijst naar slaven(arbeid). Inmiddels verrichten robots niet meer alleen repeterende werkzaamheden in fabrieken, maar kunnen ze op allerlei manieren worden ingezet.

Humanoïde en androïde robots

Een belangrijke factor daarbij is de vormgeving; die bepaalt of we bereid zijn de interactie aan te gaan met een machine. Zo is een humanoïde robot een machine die dezelfde basisvorm heeft als de mens: hij heeft twee benen en armen, en een hoofd. Een humanoïde is nog duidelijk een robot, terwijl een androïde robot meer op een mens lijkt en lastig te onderscheiden is van echt.

Soorten robots

Er zijn verschillende robots die worden gebruikt om mensen te helpen in hun leven. Dat geldt bijvoorbeeld voor Buddy, een robot die is gemonteerd op drie gemotoriseerde wielen, zodat hij kan bewegen en draaien. Hij beschikt over een camera, een microfoon, sensoren en detectoren. Buddy wordt gebruikt in de zorg, maar ook in het onderwijs; zo kan hij verstoppertje spelen en verhalen vertellen.

Een andere robot is Pepper; deze wordt onder meer ingezet als ‘medepresentator’ bij evenementen en als digitale gastheer in ziekenhuizen. Sanbot is een robot die bijvoorbeeld kinderen rekenopdrachten kan geven en verhalen kan vertellen. Basisschool Sint Wulfram maakt gebruik van een Nao-robot; lees er meer over in het artikel ‘Een robot in de klas: een bijzondere assistent’.

De robot als didactisch hulpmiddel

Basisschool Sint Wulfram heeft een versnellingsvraag ingediend bij Kennisnet en de PO-Raad om te onderzoeken hoe en voor welke onderdelen van taal en rekenen de robot als hulpmiddel kan worden ingezet. Vanuit deze versnellingsvraag is marktonderzoek gedaan. Daaruit blijkt dat scholen robots (willen) inzetten als didactisch hulpmiddel.

Aanleren van vaardigheden

Een robot kan bijvoorbeeld niet de rekenles van een leraar overnemen, maar kan wel worden gebruikt om de tafels te oefenen. Uiteraard met eindeloos geduld! Ook kan de robot helpen bij het aanleren van de vaardigheden die nodig zijn in de 21e eeuw. Eén van die vaardigheden is computational thinking: het procesmatig (her)formuleren van problemen op een zodanige manier dat het mogelijk wordt om met computertechnologie het probleem op te lossen. Verder kunnen leerlingen met de robot leren programmeren.

Vier in balans

Als je met robots in de klas aan de slag wilt, is het belangrijk om na te denken waarom je dat precies wilt. De kapstok daarbij kan het Vier in balans-model van Kennisnet zijn.  Als de school besluit om gebruik te gaan maken van een robot, is het belangrijk om ervoor te zorgen dat dit past binnen de visie van de school.

Wat wil je met de robot in de klas?

Vervolgens moet je de volgende vragen beantwoorden: wat wil je met de robot in de klas? Wie draagt binnen de school zorg voor de inzet van de robot? Welk type robot past bij onze school? Tot slot is het de vraag of je een robot wilt kopen, huren of leasen. Ga in gesprek met verschillende bedrijven (zoals OinO, RobotXperience en Robowise) en vraag naar de (ondersteunings)mogelijkheden. Wellicht kun je samen met een andere school of met bijvoorbeeld de bibliotheek een robot kopen of huren, zodat je kosten én kennis kunt delen.