Interview 11 januari 2018

“Onderwijs moet voor iedereen toegankelijk zijn”

De ontwikkelingen in ICT en software in het onderwijs volgen elkaar snel op. Maar de toegankelijkheid voor kinderen met een visuele beperking loopt achter. We spraken over de noodzaak en het nut van het toegankelijk maken van digitaal leermateriaal met Lalibel Mohaupt van Kennisnet. Zij is procesbegeleider bij de versnellingsvraag rondom dit thema.

“Blinde en slechtziende kinderen hebben dezelfde rechten op het gebied van onderwijs als hun leeftijdsgenoten zonder beperking. Dat klinkt zo vanzelfsprekend, maar dat is het in de praktijk helaas nog niet”, vertelt Mohaupt. Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van ICT in het onderwijs. De achterlopende toegankelijkheid van deze ICT-middelen maakt het voor deze doelgroep moeilijk om bepaalde vakken regulier te blijven volgen. Dit is oplosbaar, maar vergt kennis en bewustzijn over deze situatie en het toepassen hiervan. Zoals Dedicon toegankelijke alternatieven levert voor papieren schoolboeken. Deze organisatie zet schoolboeken om in braille. “Ook digitale leermiddelen moeten toegankelijk gemaakt worden. Wie dat moet doen? Deze verantwoordelijkheid komt in toenemende mate bij de uitgevers te liggen.”

Webrichtlijnen

Veel digitale leermiddelen zijn web-based en werken dus via een website. “In dat geval kunnen uitgevers gebruikmaken van de bestaande webrichtlijnen, opgesteld om websites toegankelijk en dus bruikbaar te maken voor iedereen. Ook voor mensen met een visuele beperking. Denk aan zaken als eisen aan kleur, contrast, interactie en zinvolle naamgeving van links.” Hierbij kan Accessibility bijvoorbeeld bij helpen.
 
Voor blinden en slechtzienden zijn er hulpmiddelen om online te navigeren, zoals een screenreader (software die de tekst op het scherm voorleest, maar ook verborgen informatie achter zichtbare afbeeldingen) of vergrotingssoftware (om een klein deel van het scherm uit te vergroten). Die hulpmiddelen werken optimaal als een website is opgebouwd volgens toegankelijkheidsrichtlijnen. En de niet web-based leermiddelen? Mohaupt: “Ook daarvoor zijn oplossingen te bedenken. Bijvoorbeeld door als uitgever op te trekken met een partij als Dedicon.”

Meer bewustzijn

“Het is niet dat uitgevers onwelwillend zijn. Zij zijn zich gewoon niet bewust van de huidige staat van ontoegankelijkheid voor blinde en slechtziende leerlingen en weten niet precies hoe ze hun materiaal toegankelijk kunnen maken. Daarom richten we ons nu op het vergroten van het bewustzijn hierover bij uitgevers. Samen met Dedicon en Accessibility, het expertisecentrum voor toegankelijke ICT.” Zo heeft Dedicon een boekje uitgebracht met 10 quick wins om de toegankelijkheid te vergroten. Deze organisatie helpt daarnaast mee bij het organiseren van rondetafelgesprekken waar uiteenlopende partijen aanschuiven. Van uitgevers tot bibliotheken. Ook zijn er bijeenkomsten met de Groep Educatieve Uitgeverijen (GEU), de branchevereniging voor aanbieders van leermiddelen, toetsen en educatieve dienstverlening. “Het is een hele mooie samenwerking geworden!”

Bereid je voor op de toekomst

(Semi-)overheidswebsites zijn al verplicht om de webrichtlijnen te volgen. Aangezien ICT een steeds grotere plek inneemt in de samenleving, acht Mohaupt het zeer waarschijnlijk dat de toegankelijkheid van ICT in de toekomst een steeds grotere rol zal gaan spelen. “Wie nu aanhaakt, is goed op de toekomst voorbereid.”