Artikel

Lesaanbod labelen met aanbodsdoelen SLO

Wat wil ik als leerkracht aan onderwerpen in de lessen behandelen? En hoe kan ik onderwijsaanbod van musea, natuureducatiecentra en andere aanbieders van leermaterialen in de omgeving van de school een goede plek geven in mijn curriculum? Het zijn vragen waar elke school tegenaan loopt die losser van lesmethodes voor wereldoriëntatie en kunstzinnige oriëntatie wil werken. Om bij te dragen aan een passend antwoord heeft SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling) binnen een versnellingsvraag over differentiëren een set met aanbodsdoelen ontwikkeld.

Dezelfde taal spreken

Martin Klein Tank en Gäby van der Linde vertellen hierover. Beiden zijn onderwijskundige en leerplanontwikkelaar bij SLO  en betrokken bij deze versnellingsvraag. Deze kwam op het juiste moment bij SLO terecht . “Vanuit een ander (landelijk) project was SLO al bezig met het in kaart brengen van inhouden en het formuleren van aanbodsdoelen. Dankzij de versnellingsvraag kreeg dit project letterlijk een versnelling. Door het gebruik van aanbodsdoelen om leermaterialen te metadateren gaan zowel scholen als externe aanbieders van leermaterialen in de regio dezelfde taal spreken. Hierdoor wordt het eenvoudiger om extern aanbod een passende plek te geven in het curriculum, bijvoorbeeld door een (deel van een) les te vervangen”, licht Klein Tank toe. 

Wereldoriënterende vakken en kunstzinnige oriëntatie 

SLO heeft inhoudslijnen met aanbodsdoelen ontwikkeld voor de leergebieden ‘Oriëntatie op jezelf en de wereld’ en ‘Kunstzinnige oriëntatie’. Deze sluiten aan op de kerndoelen voor de leergebieden en ze vormen een geschikte labelset voor leermaterialen. Klein Tank: “Naast het labelen van leermaterialen bieden de aanbodsdoelen voor scholen houvast om te bepalen welke onderwerpen en inhoud zij aan de orde willen stellen en hoe zij tot een beredeneerd onderwijsaanbod kunnen komen.”

Leskist over het weer

Hoe kan dit in de praktijk werken? Klein Tank haalt een voorbeeld aan van een leraar die weet dat in een bepaald hoofdstuk van de lesmethode een les over het weer staat. Het centrum voor natuureducatie in de buurt heeft een leskist over het weer. Maar is die geschikt? “Als er geen goede metabeschrijving is van de leskist, dan vraagt dat van de leraar om eerst de les goed door te nemen. Om te kijken wat daarin aan de orde komt en aan welke doelen gewerkt wordt. Vervolgens moet de leraar zich verdiepen in de leskist en bekijken aan welke doelen de kinderen met de leskist werken om daarna te beslissen of deze bruikbaar is. Een tijdrovend karwei. “Als zowel bij de betreffende leskist als bij de les uit de methode de juiste labels van aanbodsdoelen zijn aangegeven, kan de leraar snel zien of het externe aanbod geschikt is om de les uit de methode te vervangen. Zo kun je echt gaan vervangen in plaats van stapelen” vult Van der Linde aan. 

Zijn de juiste labels van aanbodsdoelen aangegeven, dan kan de leraar snel zien of het externe aanbod geschikt is om de les uit de methode te vervangen.

Klein Tank ziet dat deze versnellingsvraag past in een bredere onderwijsontwikkeling, die de laatste jaren opkomt. “Scholen denken steeds bewuster na over hun onderwijs en wat ze precies willen doen. En hoe ze daarin op een goede manier extern aanbod een plek kunnen geven. De pilot in Den Bosch is wat dat betreft een aanjager voor vernieuwing. En een inspiratie voor andere scholen in Nederland.”

Interesse in de inhoudslijnen met aanbodsdoelen? Stuur een e-mail naar SLO om deze op te vragen. SLO wil altijd graag feedback van gebruikers.