Artikel 20 april 2020

Les op afstand: schoolbestuur OPSPOOR doet het zo

Wat hebben we tot nu toe geleerd, en wat wordt de volgende stap? Na zo'n vijf weken onderwijs op afstand maakt OPSPOOR de balans op. De leraren van de 37 scholen in Purmerend en omgeving vullen een enquête in, die de basis vormt voor een nieuw plan van aanpak. “Wat is didactisch een goede online les? Welke werkvormen kies je? Hoe houd je alle leerlingen erbij? Wat willen we meenemen naar de toekomst, als de scholen weer opengaan? Dat proberen we uit te zoeken”, vertelt Fleur van Hoorn van het IT-Lab van OPSPOOR.

Week 5/6: hoe staat het er nu voor?

“Op afstand lesgeven, voelt alweer bijna als het ‘nieuwe normaal’, maar tegelijkertijd blijft het een bizarre situatie”, aldus Fleur. “We hebben dit nog nooit meegemaakt, dus niemand heeft alle antwoorden. Maar uit de ervaring die we de afgelopen weken hebben opgedaan, kunnen we ongetwijfeld al voorzichtig conclusies trekken over wat bij afstandsonderwijs wel en niet goed werkt.”

De resultaten van de enquête komen deze week binnen. Samen met de afdeling Onderwijs Ondersteuning en haar collega’s van het IT-Lab, met wie zij de scholen van OPSPOOR sinds twee jaar ondersteunt bij het innoveren met ICT, stelt Fleur een analyse op. “Dit doen we op bestuursniveau, maar ook gericht op elke individuele school.”

De enquête past ook goed bij de Innovatievraag die het bestuur dit jaar bij de PO-Raad heeft ingediend: ‘Kun je meer ruimte creëren voor innovatie door het takenpakket van leraren te verlichten met behulp van ICT?’ Fleur: “We onderzoeken wat de kerntaak van de leraar is en welke taken efficiënter en slimmer kunnen worden ingericht door de inzet van ICT. Wat we in deze periode over digitaal onderwijs leren, kunnen we hierbij goed gebruiken.” 

Zo pakt OPSPOOR het aan

Hoe verliepen de eerste weken?
“Onze schoolteams hebben afstandsonderwijs op hun eigen manier aangepakt. Sommigen kozen voor herhaling van de leerstof, anderen draaiden hun normale lesprogramma. Ook koos het ene team voor live-instructies via Microsoft Teams en het andere voor het opnemen van instructievideo’s in het klaslokaal. Dit sluit goed aan bij de adviezen die wij in de eerste week hebben gegeven: blijf in deze periode bij je eigen visie en kernwaarden, kies een manier van werken die bij je school past en verwacht niet van jezelf dat je ineens volledig digitaal lesgeeft als je dat niet gewend bent.”

Welke stappen zetten jullie op dit moment?
“In groepjes zijn we verschillende vraagstukken rondom digitaal onderwijs aan het onderzoeken, zoals: wat is didactisch een goede online les? Om hierover het gesprek te openen en anderen te inspireren, vloggen zes leraren en een intern begeleider (IB-er) over hun werkdagen en ervaringen. Zij delen hun video’s op een intern videokanaal in Microsoft Teams, waar alle schoolteams op kunnen reageren. Hetzelfde groepje is ook bezig met het maken van uitlegvideo’s van online middelen en een overzicht van didactische werkvormen die bij digitaal onderwijs passen. Een andere groep onderzoekt hoe je pedagogisch het beste kunt lesgeven in een virtuele klas. Want hoe stuur je bijvoorbeeld een kind uit de ‘klas’? Of kies je daar überhaupt niet voor?”

“Wat ik een mooie ontwikkeling vind, is dat leraren samen onderzoeken hoe zij digitaal onderwijs efficiënter kunnen aanpakken. Ze ‘verdelen’ bijvoorbeeld de instructies per vak. Een leraar die affiniteit heeft met rekenen, filmt de rekeninstructies voor een aantal groepen, een leraar die affiniteit heeft met taal de taalinstructies. Zo krijgen we een handige databank met instructiefilmpjes, die we als de scholen weer opengaan ook goed kunnen gebruiken.”

OPSPOOR Leerling
OPSPOOR wisselt digitale lessen af met bewegingsopdrachten.

Hoe proberen jullie de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen?
“Scholen doen er alles aan om de leerlijnen en leerdoelen te blijven volgen. Ze merken wel dat leerlingen hun aandacht er minder lang bij kunnen houden, helemaal nu het nieuwe en spannende van een online les eraf is. Daarom geven de meeste scholen ’s ochtends les en bedenken zij voor ’s middags andere activiteiten, zoals creatieve- en bewegingsopdrachten. We verzamelen deze activiteiten in een map in Sharepoint. Een leuk voorbeeld hiervan is een lespakket over bomen, planten en dieren die in tuinen voorkomen, met bijbehorende fotografie-opdrachten.”

“Er zijn ook scholen die deze periode gebruiken om te experimenteren met vakoverstijgend werken binnen actuele thema’s, zoals het coronavirus. Want wat is dat virus nou eigenlijk? Leerlingen gaan online in groepjes op onderzoek uit en maken van de resultaten een presentatie of video. Hier koppelen de leraren een aantal onderwijsdoelen aan. Ik denk dat het in deze periode extra belangrijk is om na te denken over hoe je leerstof aanbiedt en hoe je kinderen geactiveerd houdt. Voor welke vorm kies je? Laat je leerlingen samenwerken? Vraag je aan het eind van de dag nog even hoe een opdracht is gegaan?”

Digitaal werken

Welke digitale middelen en tools gebruiken jullie?
“Microsoft Teams en Google G Suite for Education blijken de handigste en veiligste programma’s. Van live lesgeven tot video’s delen, vergaderen, chatten, een quiz maken en een toets klaarzetten: je kunt er alles mee. Bij de methodes gebruiken onze leerlingen de verwerkingssoftware van verschillende uitgeverijen en soms extra tools als Snappet en Gynzy. Met de enquête inventariseren we nu welke middelen onze scholen precies gebruiken en brengen we in kaart wat de voor- en nadelen zijn. Het is belangrijk om een veilige, weloverwogen keuze te maken die ook op de lange termijn goed bij je school past.”

Hoe gaat de samenwerking op afstand?
“Ik merk ook bij collega's dat we op afstand efficiënter vergaderen. Als je geen fysieke afspraak op locatie hoeft te maken, overleg je makkelijker even snel tussendoor via de telefoon of online. Ook de trainingen die ik zelf aan schoolteams geef, gaan op dit moment vlotter. Ongeveer twee tot drie keer per week videobel ik met een groepje leraren om uitleg te geven over programma’s en hoe je didactisch een goede online les geeft. Zij leggen het vervolgens weer uit aan hun collega’s. Sommige scholen hebben hier iCoaches voor, leraren die affiniteit hebben met ICT en het leuk vinden om collega’s inhoudelijk te inspireren, coachen en helpen. Zij zijn in deze tijd een grote steun voor hun team en wisselen ook onderling ervaringen uit. Op die scholen hoeven we als IT-Lab nauwelijks iets te doen.”

Ondersteuning leerlingen en ouders

Hoe helpen jullie leerlingen en ouders bij het leren op afstand?
“In de eerste weken hebben we laptops en iPads uitgeleend, lespakketten gemaakt en week- en dagtaken bedacht. Leraren zorgen voor een duidelijke dagstructuur en geven veel uitleg via het Ouderportaal. Dat is een app waarin ouders praktische informatie kunnen vinden en met leraren kunnen overleggen. Sommige scholen hebben ook een enquête naar de ouders gestuurd om te inventariseren wat zij nodig hebben en of ze ergens tegenaan lopen. Om de leerlingen zo goed mogelijk te helpen, is er veel aandacht voor goede instructies via livestreams en video’s. En boven alles proberen we de lessen leuk en actief te houden. Een goede sfeer is heel belangrijk juist in deze tijd.”

Succesfactoren

Wat zorgt ervoor dat het lesgeven op afstand goed verloopt?
“Met stip op één het gevoel van saamhorigheid. Ik ben er trots op dat onze 800 medewerkers de schouders eronder zetten, omdat we allemaal het beste voor onze 8.000 leerlingen willen. Tijdens de eerste weken gaven de afdelingen financiën en huisvesting zelfs trainingen in het werken met Teams, omdat zij het programma goed kennen. Er ontstaan ook steeds meer werkgroepen, bijvoorbeeld om de musical van groep 8 anders vorm te geven en om de kwetsbare leerlingen te ondersteunen. Onze communicatieafdeling zorgt ervoor dat updates van deze werkgroepen op Sharepoint komen. Verder is het mooi om te zien hoe inventief onze kleuterleraren worden. Sommigen houden in kleine groepjes kringgesprekken via Teams en doen één gezamenlijke activiteit. Daarnaast sturen ze werkjes die ouders kunnen uitprinten en aan het eind van de dag bellen ze op hoe het is gegaan. Dat vinden de kinderen heel gezellig.”

Leerpunten

Zijn jullie tegen obstakels of belemmeringen aangelopen?
“Niet elke leerling vindt het makkelijk om zelfstandig aan de slag te gaan. Alleen een instructiefilmpje en een opdracht sturen, is dus niet voldoende om alle leerlingen erbij te houden. Regelmatig bij hen inchecken en je lessen goed evalueren, zijn nu extra belangrijk. Is de leerstof die je aanbiedt gevarieerd genoeg? Activeer en begeleid je het kind voldoende? Overvraag je het misschien of is de stof te makkelijk? Hoe zorg je ervoor dat leerlingen kunnen samenwerken en zich niet alleen voelen? Je kunt bijvoorbeeld een kanaal in Teams aanmaken waarin ze veilig met elkaar kunnen kletsen en spelen. Een ander probleem waar veel scholen tegenaan lopen, zijn leerlingen die lastig of niet te bereiken zijn. Onze bovenschoolse IB-er voert gesprekken met de gemeente en instanties om samen naar een oplossing te zoeken. Ondertussen proberen onze leraren zo goed als mogelijk het contact met ouders te krijgen.”

Blik op de toekomst

Hoe kijk je aan tegen de nabije toekomst voor het onderwijs?
“We weten natuurlijk nog niet welk besluit het kabinet gaat nemen, maar ik verwacht dat we het onderwijs in de klas gaan combineren met digitaal onderwijs. Wellicht zullen we op school dagdelen lesgeven aan kleinere groepen en vanuit huis aanvullende instructies geven. De enquête zal inzichtelijk maken wat op afstand wel en niet goed werkt. Dat kunnen we gebruiken bij een plan van aanpak als de scholen weer opengaan.”

Wat hopen jullie uit deze periode mee te nemen naar de toekomst?
“Met zoveel verschillende locaties merken we dat online overleggen heel makkelijk is. Ik hoop dat we dat blijven doen. Als je niet hoeft te reizen, kun je meer afspraken plannen en efficiënter met je tijd omgaan. Ook zou het mooi zijn als de databank met instructiefilmpjes blijft groeien. Leerlingen die er niet uitkomen, kunnen dan altijd uitleg terugkijken. Een vaardigheid die leraren uit deze periode meenemen naar de toekomst is het verwerken van data. In de verwerkingssoftware worden leerlingen dagelijks getoetst. De data correct aflezen en in het leerlingvolgsysteem zetten, leer je niet op de pabo. Daarom werd dat voorheen vaak door de IB-er gedaan. Nu doen leraren het zelf. Als laatste hoop ik dat we blijven experimenteren met thematisch onderwijs. Door met herkenbare thema’s te werken, ontstaat bij leerlingen meer betrokkenheid en motivatie.”

Wat willen jullie andere scholen meegeven?

  1. Deze periode is een gezamenlijke ontdekkingstocht, dus blijf met elkaar praten en evalueren, en houd elkaar op de hoogte van nieuwe initiatieven, de voortgang van werkgroepen, leerpunten, positieve en negatieve ervaringen. 

  2. Inspireer elkaar met vlogs van je werkdagen. Het is leuk en handig om te zien hoe een ander het aanpakt.

  3. Vraag ook de mening en input van leerlingen en ouders, bijvoorbeeld door middel van een enquête. Koppel de uitslag daarvan zo snel mogelijk terug, zodat iedereen er praktisch iets aan heeft.

  4. Kijk als schoolbestuur goed naar welke aanpak en digitale middelen bij jouw visie en beleid passen. Neem geen impulsieve beslissingen, maar denk na over de lange termijn.

  5. Laat leraren niet alleen maar leerstof herhalen. Maak er nieuwe, leuke, actieve en sociale lessen van.

  6. Activeer en motiveer leerlingen om nieuwe talenten en hobby’s te ontdekken. Ze hebben nu tijd om in en om het huis te experimenteren met filmen, fotograferen en andere creatieve of muzikale vaardigheden.

  7. Blijf samenwerken met de culturele instellingen, muziekscholen en andere organisaties. Zij ontwikkelen in deze periode vaak mooie initiatieven en bijscholing.

  8. Denk na over hoe deze periode je onderwijs kan verrijken. Wat zijn waardevolle elementen die je meeneemt naar de toekomst?