Artikel 14 november 2018

Kleinschalig innoveren bij de Rijdende School: gepersonaliseerd onderwijs, ongeacht de methode, en zelfs op afstand

Gepersonaliseerd onderwijs: ongeacht de methode, en zelfs op afstand - De rijdende school

De Rijdende School trekt ’s zomers het hele land door om kermis- en circuskinderen les te geven. In het winterseizoen gaan deze kinderen naar de reguliere basisscholen bij de vaste standplaats van hun ouders. Deze ‘winterscholen’ gebruiken uiteraard uiteenlopende methodes en lesprogramma’s. Hoe sluit je hier als Rijdende School goed op aan? Hoe begeleid je als leerkracht elke leerling op zijn eigen niveau, zelfs op afstand? Met metadata en blended learning gaan gelukkig de nodige deuren open.

Werken met individuele leerlijnen

In onderwijsland is de Rijdende School een vreemde eend in de bijt. Omdat de school door het hele land trekt, zijn er geen ‘vaste’ klassen. De leraren krijgen wekelijks te maken met allerlei verschillen in leeftijd, niveau en lesmethodes. Een pittige uitdaging, die voor de Rijdende School de dagelijkse realiteit is. Daarom diende de organisatie een versnellingsvraag in. Directeur-bestuurder Nora Booij: “Samen met de PO-Raad en Kennisnet hebben we in kaart gebracht hoe leraren het beste met leerlijnen kunnen werken. Ook zijn de eisen en randvoorwaarden geïnventariseerd voor een digitaal platform, een soort dashboard, waarop de methode-overstijgende voortgang van leerlingen helder te zien is. Voor zo’n weergave is goed metadateren van lesmateriaal noodzakelijk.”

Wat is metadateren van lesmateriaal?

Onderwijskundige metadata is informatie bij de leerstof in de lesmethodes van bijvoorbeeld taal en rekenen. Over bijvoorbeeld het betreffende leerdoel, het onderwerp en het niveau. Het zijn als het ware tags of labels waardoor de leraar beter in staat is te variëren binnen een methode of tussen verschillende (digitale en papieren) leermiddelen. Als scholen werken vanuit de leerlijnen en leerdoelen van leerlingen, kunnen ze zo beter de match maken. Hiervoor worden bijvoorbeeld de aanbodsdoelen van SLO gebruikt.

Persoonlijk, ondanks de afstand

De Rijdende School heeft 12 grote en 7 kleine rijdende scholen, en 3 lesbussen, verspreid door het hele land. Toch kunnen kinderen niet altijd fysiek aanwezig zijn, bijvoorbeeld omdat ze op kermissen in het buitenland zijn, of in hele kleine groepjes of individueel ergens anders in het land. Daarom werkt de Rijdende School ook met afstandsonderwijs. Dit is les op afstand via een digitale leeromgeving en met videoconferencing, waarbij kinderen vanuit hun eigen omgeving inloggen, en elkaar en de leerkracht kunnen zien met een webcam.


“We willen voorkomen dat kinderen die niet in de klas kunnen zijn, tussen wal en schip vallen”, vertelt Nora. “Daarom is blended learning, de combinatie van fysiek en online onderwijs, een belangrijk onderdeel van onze onderwijsvisie. Daarbij is  een methode- en leerlijnoverstijgend overzicht voor de Rijdende School erg belangrijk. Hierdoor kunnen we elk kind op de beste manier ondersteunen, het hele jaar door. De mogelijkheid om te kunnen metadateren is voor ons dus een vereiste.”

“Metadateren is niet iets wat je eenmalig doet, zodat je er daarna geen omkijken meer naar hebt”, benadrukt Booij. “Je moet data blijven uitwerken, bijhouden en aanvullen. Het is een proces waar je tijd en energie in moet investeren met elkaar. Iedere stap vooruit die we dankzij het gebruik van metadata kunnen zetten, zoals beter werken met leerlijnen per leerling en het bieden van gepersonaliseerd onderwijs, is van grote waarde.”

Voorwaarden voor metadata

De Rijdende School heeft met haar versnellingsvraag flink wat stappen gezet. Zo is er inmiddels een begin gemaakt met het werken met metadata, op basis van een aantal uitgangspunten:

  1. Metadatering

    Het ging in eerste instantie om metadatering van de meest gangbare taal-, lees- en rekenmethodes.
  2. Open beschikbaarheid

    Metadata moest bij voorkeur open beschikbaar zijn, dus ook bruikbaar voor de ‘winterscholen’ van de leerlingen.
  3. Dashboard

    Informatie werd via metadatering zichtbaar gemaakt in een gebruiksvriendelijk dashboard, waardoor leraren ongeacht de methode en leerlijn ‘boven de stof’ staan.

Metadateren is niet iets wat je eenmalig doet, zodat je er daarna geen omkijken meer naar hebt.
Je moet data blijven uitwerken, bijhouden en aanvullen.

 

Nora Booij, directeur-bestuurder De Rijdende School

De ervaring van...

Niels van Woerkum, beleidsmedewerker ICT

Geheim prijsgeven

Voorheen werkte de Rijdende School met allerlei aparte systemen: om lessen te plannen, voor administratieve zaken en voor afstandsonderwijs. Dat kon efficiënter, vertelt Niels van Woerkum, beleidsmedewerker ICT bij de Rijdende School. “Samen met een ontwikkelaar hebben we het digitale programma NaviLeren gemaakt, om tijd- en plaatsonafhankelijk onderwijs mogelijk te maken. In het programma kunnen leerlingen zien welke opdrachten ze moeten doen en wat de doelen van de lessen en opdrachten zijn. Voor ons is er een dashboard om de voortgang per leerling te zien.”

Zo sluit NaviLeren aan bij de wens van meer gepersonaliseerd onderwijs en werken met individuele leerlijnen. “Van leraren vraagt dit om lesmethodes die ‘winterscholen’ gebruiken, beter te doorgronden”, legt Van Woerkum uit. “Daarvoor is het nodig dat we inzicht krijgen in de metadata die uitgeverijen van de methodes gebruiken. Die samenwerking en openheid is echter niet vanzelfsprekend. Metadata van methodes zijn toch een deel van het ‘geheim’ van uitgeverijen; hun businessmodel. En dat willen ze niet zomaar prijsgeven.”

Werken aan een groeiende database

Inmiddels staan uitgeverijen er positiever tegenover, weet de ICT'er. “We hebben gesprekken gehad met verschillende uitgeverijen. Ze zien in wat voor ons de meerwaarde is van hun metadata en hoe wij deze kunnen gebruiken voor het bieden van meer gepersonaliseerd onderwijs. Het biedt hen wellicht ook nieuwe inzichten waarmee ze hun eigen lesmethodes kunnen verbeteren.”

De Rijdende School past zelf ook metadatering toe. Zo wordt er gewerkt aan een groeiende database. Van Woerkum: “Per leerling kunnen we allerlei ‘labels’ toekennen, zoals gebruikte methodes, maar ook welke instructies of aanpak juist wel of niet werken. Hierdoor kunnen we, ondanks de grote diversiteit aan leerlingen en groepssamenstellingen, toch heel persoonlijk onderwijs aanbieden. De meerwaarde van metadateren is daarmee meer dan aangetoond.”

Door te werken met metadata, heeft de leraar niet uitsluitend de houvast die de handleiding van een methode biedt. Maakt dat het lastiger? “Er wordt natuurlijk veel gevraagd van de kennis, vindingrijkheid en ICT-vaardigheden van de leerkrachten en van mij. Het maakt ons werk niet per se lastiger, wel anders. De rol van de leraar verandert steeds meer richting een coachende rol, waarbij het kind en zijn ontwikkeling centraal staan in plaats van de methode.”

Onuitputtelijke bron

Natuurlijk zijn er nog aandachtspunten, erkent Van Woerkum: “Als we methodes verder loslaten en meer gaan werken op basis van metadata en leerlijnen, dan heeft dit natuurlijk consequenties voor de manier waarop wij met de ‘winterscholen’ om gaan. Zij blijven ten slotte werken met de methodes zoals ze dat voorheen ook al deden. De wederzijdse verwachtingen moeten dan matchen, dat vraagt aandacht. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat je allemaal dezelfde opvatting hebt over de ontwikkeling van leerlijnen, welke metadata je verzamelt en hoe je dit per leerling aan elkaar koppelt. Als je dit met elkaar scherp hebt, dan ontstaat er een onuitputtelijke bron van informatie en inzichten, waarin voor iedere leerling een oplossing gevonden kan worden. Los van leeftijd, niveau en plaats.”

We hebben gesprekken gehad met verschillende uitgeverijen. Ze zien in wat voor ons de meerwaarde is van hun metadata en hoe wij deze kunnen gebruiken voor het bieden van meer gepersonaliseerd onderwijs. Het biedt hen wellicht ook nieuwe inzichten waarmee ze hun eigen lesmethodes kunnen verbeteren.

Niels van Woerkum, beleidsmedewerker ICT

De ervaring van...

Margreet de Lijser, leerkracht en coördinator afstandsonderwijs

Meer inzicht

Leerkracht Margreet de Lijser van de Rijdende School geeft geregeld afstandsonderwijs. “Het programma dat we ontwikkeld hebben, helpt daarbij en geeft inzicht. Zo kan ik in een aantal gevallen al zien welke instructies een leerling gekregen heeft, bijvoorbeeld over hoe breuken werken. Daarvan leer ik hoe ik het voor de leerling het beste kan doen. Een andere grote meerwaarde van NaviLeren is dat leerlingen zelf de lesvolgorde kunnen inplannen, beoordelen wat ze van de les vonden, en aangeven hoe ze de lesstof en de uitleg ervaren hebben. Die feedback is waardevol, zeker bij afstandsonderwijs.”

Betrokkenheid van ouders

Bij de Rijdende School worden ouders actief bij het onderwijs betrokken. De Lijser: “We hebben de methode ‘Op reis’ voor groep 1-2 zelf ontwikkeld. Daarin hebben we allerlei activiteiten voor bijvoorbeeld taal, fijnea motoriek of rekenen uitgewerkt. Deze opdrachten zijn natuurlijk voor de leerlingen, maar uitleg over de opdracht en het doel is voor ouders te vinden in NaviLeren. Zij helpen mee door foto’s en filmpjes te maken van hun kind ‘in actie’. Zo kunnen wij de ontwikkeling van het kind goed volgen. Daarnaast kunnen ouders via NaviLeren feedback aan ons geven. We werken dus nauw samen.”

Manier van denken veranderd

Het proces van metadatering heeft bij De Lijser een nieuw denkproces in gang gezet: “Het heeft mijn manier van denken veranderd; ervoor gezorgd dat ik methodes en lessen durf los te laten om vanuit doelen te werken. En het heeft mij een beter inzicht gegeven in leerdoelen en de doorgaande lijnen van methodes. Hierdoor kan ik beter aansluiten op waar de leerling in zijn ontwikkeling is, zelfs als ik die leerling na maanden pas weer voor het eerst in de ‘klas’ heb.”

Een meerwaarde van NaviLeren is dat leerlingen zelf de lesvolgorde kunnen inplannen, beoordelen wat ze van de les vonden, en aangeven hoe ze de stof en de uitleg ervaren hebben. Die feedback is waardevol, zeker bij afstandsonderwijs.

Margreet de Lijser, leerkracht en coördinator afstandsonderwijs

De ervaring van...

Nora Booij, directeur-bestuurder

Diepgang en verantwoorde keuzes

Nora Booij is blij met het proces tot nu toe. Voor haar is de meerwaarde van metadateren duidelijk, maar niet vanzelfsprekend. Booij: “Werken met metadata helpt alleen als de leraar weet wat hij of zij doet en zicht heeft op welke data we verzamelen en met welk doel. Om leerkrachten daarbij te ondersteunen, zorgen we voor gerichte scholing op kennis van leerlijnen en methodes. We pakken vakgebied voor vakgebied op; we kiezen liever voor diepgang en verantwoorde keuzes, dan voor snelheid. De leraren en leerlingen hebben hier uiteindelijk veel meer aan.”

Meer grip krijgen

Voor Booij is het glashelder waarvoor ze het doet: “Wat mij drijft is de diepgang, en het écht ergens induiken en onderzoek naar doen. Bovendien motiveert het als leraren zeggen dat ze door onze aanpak meer grip krijgen op de verschillende lesmethodes, beter weten waar verbanden liggen, bewuster aan doelen werken of kinderen kunnen laten samenwerken vanuit verschillende methodes. Dan ben je écht bezig met gepersonaliseerd onderwijs.”

Gepersonaliseerd of geïndividualiseerd?

Voor Booij is er een duidelijk verschil tussen gepersonaliseerd en geïndividualiseerd leren. “Geïndividualiseerd leren staat voor mij voor in je eigen tempo door de stof  gaan. Wanneer ik dat uitgangspunt in het extreme doortrek, dan zie ik een soort LOI-cursus voor me. Niet beledigend bedoeld, maar dat is niet hoe ik goed basisonderwijs voor ogen heb.

Bij gepersonaliseerd leren staat voor mij het individu voorop, met zijn of haar eigen leerproces. De leraar doet dat wat het kind verder helpt in de ontwikkeling. Soms is dat werken in het  eigen tempo, op andere momenten zijn dat extra instructies of uitdaging aanbieden. Dat kan als je voor iedere leerling goed bijhoudt wat hem of haar verder helpt: methode, instructie, soort uitleg, wat dan ook.”

Het moge duidelijk zijn: gepersonaliseerd onderwijs bieden is voor de Rijdende School ontzettend belangrijk. “We willen leerlingen de kans geven zich optimaal te ontwikkelen. Ook al reizen hun ouders beroepsmatig, zijn alle routes anders, en zitten onze kinderen op zo’n honderd verschillende basisscholen in de winter. Wat willen we als scholen en ouders samen voor dit kind? Waar willen we met dit kind naartoe? Hoe leert hij of zij en wat maakt deze leerling uniek? Dát zijn de vragen waar het ons om gaat.”

Vraag en antwoord

Vraag van Nora Booij

"De Rijdende School is uitgegroeid van één rijdend lerarenechtpaar tot een organisatie met twaalf grote rijdende scholen, zeven minischolen en drie lesbussen. Daarnaast is er afstandsonderwijs voor een groep van ongeveer dertig leerlingen die veel in het buitenland reist of op ‘kleine kermissen’ staat (waar weinig andere kinderen/medeleerlingen zijn). Gezien de grotere spreiding en de hogere verwachtingen van iedereen, willen we steeds meer kinderen ‘bedienen’. Dat kan met blended learning: afstandsonderwijs als nieuwe basis voor de Rijdende School, zoveel mogelijk aangevuld met de fysieke aanwezigheid van de leraren in de rijdende scholen. Dit is zowel voor de ouders, die vaak zelf de Rijdende School bezocht hebben als kind, als voor onze leerkrachten, chauffeurs en ander personeel een hele omschakeling.

Wat zijn de toekomstige ontwikkelingen en trends op het gebied van ICT en onderwijs, die inspirerend en helpend kunnen zijn onze ambitie te bereiken? Rekening houdend met onze ontwikkeling in de richting van blended learning.”

Lieke Lamb Antwoord van Lieke Lamb

“Lesmethodes via video (YouTube en dergelijke) en ook VR-achtige methodes zijn enorm in opkomst. Voor kinderen die langdurig in ziekenhuizen verblijven, is er al de mogelijkheid via een cameraverbinding ‘in de klas’ te zijn om zo ook de feeling met elkaar te houden, precies zoals jullie al doen. En ook Facebook- of Whatsapp-groepen kunnen bijdragen aan het ‘klassengevoel’ en tegelijkertijd stimuleren tot leren. Opdrachten met elkaar bespreken en oplossingen voor vraagstukken uitwisselen, maakt dat de kinderen elkaar aanzetten tot leren. Dit staat allemaal nog redelijk in de kinderschoenen. In de toekomst zullen er oplossingen komen om, zoals dat nu al met Skype-achtige oplossingen kan, in een virtuele omgeving samen te komen en tegelijk iets mee te maken. Denk aan lessen volgen via VR. Het duurt echter nog een tijd voordat dit goedkoop, grootschalig en zonder technische mankementen ingezet kan worden.

Verder is er natuurlijk de opmars van de personal robot, de opvolger van de personal computer. De AI (kunstmatige intelligentie) die op jou afgestemd is, jou volgt en begeleidt, al dan niet in nauw overleg met een menselijke docent. Een systeem - in de pc, in een robotvorm, in de telefoon of tablet of in welke vorm dan ook - waarin al jouw vorderingen worden bijgehouden en dat methodes aanbiedt die kinderen uitdagen door te leren, hetzij door tekst, hetzij door video, hetzij door holografie/VR/AR. Dit bevindt zich nu nog in de ontwikkelfase.

Naast docenten zullen er ‘digitale helden’ ontstaan - menselijke dan wel volledig digitale. Kinderen worden hierdoor gemotiveerd. Denk aan wat je nu al ziet bij sommige YouTube-helden. Wij hebben het soms in plaats van AI ook wel over AA (Artificial Attention): een systeem dat aandacht heeft voor jouw sterke en zwakke punten, jou kent en je steeds verleidt weer door te gaan. Dat zie je nu al bij sportapps. In de toekomst zal toevoeging van tactiele sensoren een ding worden, maar dat is nog heel prematuur en stuit op veel praktische bezwaren.

Maar de grootste motivator blijkt toch vaak de medeleerling te zijn. En dus is en blijft contact met andere mensen van wezenlijk belang. Computers en techniek ondersteunen. ”

Vraag van Nora Booij

"Wat kunnen we doen om de mindset van collega’s en ouders positief te stimuleren? Wat hebben mensen nodig om mee te gaan in deze, voor ons, belangrijke kanteling?”

Marco de Witte Antwoord van Marco de Witte

"Bij deze vraag gaat het volgens mij om het ‘waarom-vraagstuk’. Het ‘waarom’ moet energie geven om iets te gaan doen dat voor iedereen wennen is. Het allerbelangrijkste in de waarom-vraag is niet dat we begrijpen wat de bedoeling is, maar dat alle betrokken partijen het als emotioneel betekenisvol ervaren. Hoe helderder we een beeld kunnen schetsen waarom het van belang is en hoe het gedrag eruit ziet in de gedroomde bestemming, hoe beter dit lukt. Kortom: maak een vertaalslag. Wat betekent blended learning voor leraren, ouders, leerlingen, de minischool en de lesbus? Hoe concreter jullie dit verbeelden, hoe beter.

Vervolgens is het zaak om het ‘veranderde’ te laten landen in de dagelijkse praktijk van mensen die al jaren binnen de Rijdende School actief zijn. Daarbij is het de uitdaging om het idee te vertalen naar hun gedragspatronen. Wat kan wel, wat kan niet, waar kunnen we starten, hoe ziet het eerste experiment eruit? Implementeren betekent samen met de betrokkenen op pad in het realiseren van het idee in nieuwe gedragingen. Dat doe je in een aantal stappen: eerst het doorleven van het idee, dan uitproberen en aanpassen, oefenen, oefenen en tenslotte leren volhouden. Zo kom je van idee naar nieuwe gewoonten.”