Interview

"ICT-bekwaamheid is meer dan weten wat er is en hoe het werkt"

Digitale geletterdheid is een van de negen leergebieden binnen het vernieuwde onderwijscurriculum. Leerlingen digitaal vaardiger maken, kan echter alleen als leerkrachten zelf digitaal geletterd zijn. Of, breder gesteld: als zij ICT-bekwaam zijn. Welke vaardigheden vraagt dit van hen? Hoe staat het er in de praktijk voor? En wat zegt onderzoek over dit thema? Joke Voogt is bijzonder hoogleraar ICT en Curriculum, werkt tevens als lector bij Hogeschool Windesheim en doet al sinds 1984 onderzoek naar ICT in het onderwijs. “Het gaat niet om alles weten, maar om het waardevol inzetten van ICT in de klas.”

Wat is ICT-bekwaamheid?

Weten welke digitale hulpmiddelen er zijn en hoe ze werken is één ding. Maar ICT zo inzetten dat onderwijs er effectiever, beter en efficiënter van wordt? Dát is ICT-bekwaamheid. Het thema is, door ontwikkelingen op het gebied van ICT, voortdurend in beweging. De vier aandachtsgebieden om (beleid voor) ICT-bekwaamheid te bepalen zijn:

  • Digitale geletterdheid: het gebruik van ICT voor het verzamelen, creëren en delen van digitale informatie om mee te kunnen doen in de samenleving. Digitale geletterdheid bestaat uit vier aspecten: ICT-basisvaardigheden, computational thinking, informatievaardigheden en mediawijsheid.

  • Professionele ontwikkeling: als leerkracht je kennis bijhouden en vakbekwaamheid ontwikkelen met hulp van ICT.

  • Werken in de schoolcontext: ICT gebruiken om werk te organiseren en verantwoorden, en voor goede communicatie met bijvoorbeeld ouders.

  • Pedagogisch-didactisch handelen: ICT bewust inzetten, met een duidelijke samenhang tussen leerinhoud, pedagogiek, didactiek en technologie.

Bron: Kennisnet
Lees meer over ICT-bekwaamheid

Technologie op waarde schatten

Joke Voogt is bijzonder hoogleraar ICT en Curriculum aan de Universiteit van Amsterdam en lector Onderwijsinnovatie en ICT bij Windesheim. Waarom vindt zij het zo belangrijk om bezig te zijn met onderzoek rondom onderwijs en ICT? “Door technologie verandert de samenleving heel sterk. Het kan niet zo zijn dat het onderwijs niet op een kritische manier participeert. We willen immers leerlingen voorbereiden op leven, werken en leren in een samenleving die zij vorm gaan geven.”

Wat is ICT-bekwaamheid volgens Joke Voogt? “Het gaat vooral om technologie interpreteren en op waarde schatten voor je onderwijs. Een leerkracht is bekwaam als hij vanuit vakkennis weet hoe ICT ingezet kan worden in de klas, op zo’n manier dat de leerlingen en de leerkracht er daadwerkelijk iets aan hebben. Dit wordt ook wel ‘didactisch redeneren’ genoemd. Op dit moment gebeurt dit volgens mij nog te weinig, omdat veel leerkrachten nog niet direct de meerwaarde van ICT voor het leerproces scherp voor ogen hebben. Dit veranderen vraagt niet alleen om inzicht in technologie, maar ook een hoge mate aan vaardigheid in didactiek.” Genoeg te doen dus, zeker omdat ook uit de Vier in balans-monitor blijkt dat ‘veelvuldig en gevarieerd ICT-gebruik’ in de klas zal blijven toenemen.

Verantwoord vanuit de basis

Leerkrachten meer ICT-bekwaam maken, begint volgens Joke al tijdens het opleidingstraject. “Vaak wordt gedacht dat net afgestudeerde leerkrachten veel van ICT weten, dus ook hoe ze het moeten inzetten in de klas. Dat is niet per definitie zo, weten we uit onderzoek. Bovendien merken we uit het monitoringonderzoek dat we nu een paar jaar doen op Windesheim, dat ongeveer 50% van de binnenkomende studenten onvoldoende digitaal vaardig is. Het nieuwe curriculum vraagt om digitale geletterdheid van leerkrachten, maar dit komt veel te weinig terug in de lerarenopleiding. Daar ligt dus een belangrijke opgave.”

Aan die opgave wordt nu al gewerkt, vervolgt Joke: “Op de pabo werken we samen met de docenten rekenen en de docenten wetenschap & technologie aan de ontwikkeling van kennis- en vaardigheden rondom computational thinking. Als lectoraat werken we samen met lerarenopleiders van lvo, pabo en de masteropleidingen om (toekomstige) leraren didactisch ICT-bekwaam te maken. Onderstaand Facebook voorbeeld komt uit de lerarenopleiding Engels en Nederlands op Windesheim. Het zijn nog kleine stappen en het valt niet altijd mee om iedereen binnen de lerarenopleiding mee te krijgen, maar het is een veelbelovend begin.”

Praktijkvoorbeeld: een nep-profiel op Facebook

Een leerkracht die ICT-bekwaam is, zet ICT anders in in de klas. Een goed voorbeeld? Joke: “Denk bijvoorbeeld aan de vraag om leerlingen een boekverslag te laten maken. In de praktijk leidt dit regelmatig tot knip-en-plakwerk van andere verslagen die online staan. Wil je leerlingen echt inhoudelijk bezig laten zijn met het boek? Laat hen dan bijvoorbeeld een fictief Facebook profiel aanmaken van de hoofdpersoon uit het boek. Met allerlei voorkeuren, interesses en persoonskenmerken, op basis van wat de leerlingen gelezen hebben. Zo laat je hen met behulp van ICT op een heel inhoudelijke, originele manier bezig zijn met literatuur. Dan is ICT vanzelfsprekend een optie in de verwerking van nieuwe kennis.”

Toch zijn we er niet met een erkende diploma-aantekening voor ICT-bekwaamheid, aldus Joke: “De leerkracht moet onderbouwd keuzes kunnen maken voor de inzet van ICT in de les. Tijdsbesparing of ‘omdat de kinderen het leuk vinden’, zijn geen goede argumenten. Het verhogen van leeropbrengsten of meer maatwerk bieden, zijn dat bijvoorbeeld wel. Dat vraagt dus tevens om een goed doordachte visie en beleid op onderwijs met ICT van besturen.”

Wetenschappelijk onderbouwde meerwaarde

ICT blijkt zeer bruikbaar om complexe dingen duidelijk te maken. “Denk aan simulaties of animaties, waarmee je de werking van ons ecologisch systeem of het universum laat zien." Misschien is er wat terughoudendheid bij scholen om nieuwe digitale hulpmiddelen te proberen, uit angst om verkeerde keuzes te maken. Maar dat is nergens voor nodig, denkt Voogt: “ICT is ideaal voor activerend onderwijs en om cognitieve vaardigheden te helpen ontwikkelen. De meerwaarde van ICT in het onderwijs is wetenschappelijk allang bewezen. De vertaling van die kennis naar de praktijk van het onderwijs blijkt echter wel lastig en hangt samen met factoren op het niveau van de docent, de school en het onderwijsbeleid.”

Leren van leerlingen

Moeten leerkrachten dan álles weten van ICT? “Nee hoor. ‘Bekwaam’ is niet hetzelfde als ‘alwetend’. Sterker nog, een kennisverschil tussen leerkracht en leerling is niet erg. Bovendien gaat het in de kern om bewustwording en mindset. Je kunt de interesses, kennis en nieuwsgierigheid van kinderen gebruiken om samen beter te worden. Zo kun je bijvoorbeeld op school werken met digital leaders, wat al gebeurt bij onderwijsgroep Ambion in Friesland. Dit zijn leerlingen die zelf ruimte krijgen om te experimenteren met technologie, en aansluitend leerkrachten en klasgenootjes wegwijs maken. Het gaat niet om meten of leerlingen alles weten over ICT. Vaardiger worden in het gebruik ervan, dát moet je als leerkracht kinderen wel meegeven.”

Do's & don'ts

Joke Voogt doet al 34 jaar onderzoek naar onderwijs en ICT. Wat zijn haar drie belangrijkste do’s & don’ts, gebaseerd op onderzoek?

  1. Zorg voor een gezamenlijke en gedeelde visie en een duidelijk plan over ICT op schoolniveau (met aandacht voor digitale geletterdheid en voor het verrijken van onderwijs met ICT toepassingen).

  2. Zorg voor een paar didactisch ICT bekwame leerkrachten (geen techneuten; de nadruk ligt op didactiek), die tijd krijgen om andere leerkrachten te helpen bij het verantwoord inzetten van ICT in de klas.

  3. Ren niet achter de eerste de beste hype aan; het leidt tot niets. Onderwijsvernieuwing kost tijd en vraagt veel van leerkrachten. Creëer een cultuur waar dialoog en leren van mislukkingen normaal is.

ICT-bekwaam: hoe dan?

Voor meer ICT-bekwaamheid bij de leerkracht is er goed doordacht schoolbeleid nodig. Hoe maak je dit beleid? En hoe meet je of dit beleid werkt? Frans Schouwenburg, strategisch adviseur onderwijsvernieuwing met ICT bij Kennisnet, publiceerde hiervoor een handreiking.

Miniatuur
Joke Voogt, bijzonder hoogleraar ICT en Curriculum (UvA) en lector (Hogeschool Windesheim).