Artikel

Het is belangrijk het innovatief vermogen van kinderen te activeren, anders raken ze het kwijt

“In het onderwijs en bij het maken van een studiekeuze zijn ‘goed zijn met je handen’ en ‘goed zijn met je hoofd’ uit elkaar getrokken. De Maker Movement (een beweging van digitale, onafhankelijke uitvinders, ontwerpers en knutselaars - jong en oud - die producten bedenken en maken, red.) brengt ze juist samen: door te maken ontstaat er een verbinding tussen hoofd en handen.” Marleen Stikker is directeur en medeoprichter van Waag Society, een instituut dat de verbinding legt tussen technologie, kunst en wetenschap. Tijdens een ICT-expertsessie in het voorjaar van 2018 zegt ze: “Binnen internettechnologie gaat het niet puur over kennis consumeren, maar ook over creëren, bijdragen en de maker in jezelf ontdekken.”

Anders kijken naar technologie

“Het is een angstvisie dat technologie de wereld overneemt en dat de mens daar machteloos in staat. Ik geloof juist  dat de samenleving open technologieën nodig heeft om maatschappelijke uitdagingen aan te gaan. Als we weten wat er gebeurt, kunnen we zelf keuzes maken. We hebben dus niet alleen slimme systemen nodig, maar vooral slimme mensen.” Dat vraagt een andere benadering binnen het onderwijs, aldus Marleen: “Op dit moment is het vaak zo dat we informatica en techniek zien als iets waar je aanleg voor moet hebben en waar we vervolgens kinderen voor opleiden, vanuit arbeidsmarktperspectief dus. Daarmee missen we de kinderen  die geen interesse hebben in zuiver techniek, maar wél in de toepassing daarvan. Zoals bijvoorbeeld de vraag hoe je de wereld schoner kunt maken met behulp van slimme technologie. Kijk je vanuit toepassingen naar wat je wilt maken, dan is techniek geen doel op zich meer, maar een middel om tot iets te komen. Zo kunnen we integraal denken over technologie en ICT binnen het onderwijs brengen. Dat is bovendien nodig. Want als je het innovatief vermogen van kinderen niet actief begeleidt, raken ze het kwijt.”    

Rol van de docent

Cruciale factor van Maker Movement en Maker Education is het delen van oplossingen, kennis en vaardigheden. Bij docenten zit er echter vaak angst en onzekerheid, aldus Marleen. “Ze zijn vaak opgeleid vanuit structuur en methodes en niet gewend om spelenderwijs nieuwe technologieën te verkennen. Het ‘maker perspectief’ vraagt om een andere mindset. Om te gaan ontdekken, op avontuur te gaan en fouten te durven maken. Als docent zelf, maar ook met leerlingen samen. Daar zijn lesmateriaal en toolkits en een platform voor ontwikkeld.  Het vraagt ook om commitment van de directie en om een veilige omgeving.”

Mooie initiatieven zijn er landelijk volop. “Steeds meer steden hebben Fablabs (coöperatieve werkplaatsen waar uitvinders en ontwikkelaars gebruik kunnen maken van onder andere computers, 3D-printers, lasersnijders en frezen, red.) die zich willen verbinden aan het onderwijs. En steeds meer scholen richten een fysieke en technische ‘maakplek’ in. Tijdens een Teacher Maker Camp kunnen docenten zelf aan de slag  in een Fablab en op nieuwe, andere manier leren werken. Er is samenwerking met diverse bibliotheken en in Amsterdam worden ‘maakplaatsen’ gecreëerd, waar docenten gebruik van kunnen maken. En 28-30 september 2018 is er een Maker Education Fair in Eindhoven met op vrijdag 28 september een speciale Maakonderwijs-conferentie. Kortom: maakonderwijs leeft, maar er is nog genoeg te doen.”

Drie redenen waarom ‘maken’ zo belangrijk is

Waarom is ‘maken’ zo belangrijk binnen het onderwijs? Daarvoor zijn drie redenen, geeft Marleen aan. Door te maken:  

  1. begrijp je de wereld beter.
    Als je iets maakt, onthoud je het beter dan wanneer het als kennis wordt overgebracht.
  2. kun je je omgeving ontdekken en daar een rol in spelen.
    Als je iets maakt, stap je uit vaste patronen en word je je meer bewust van verschillende partijen in een keten.  
  3. kun je nieuwe skills leren.
    Denk aan nieuwe ambachten, digitale fabricage et cetera.  

Kansen voor het PO

Na de presentatie van Marleen Stikker gaan de aanwezigen van de expertsessie met elkaar in gesprek. “Kinderen weten zoveel. Als leerkracht zou er geen angst hoeven te zijn. Benut de kennis én talenten van je leerlingen en luister naar hun ideeën. Dat geeft energie en zorgt ervoor dat je met elkaar aan de slag kunt.” Dat vraagt wel om het faciliteren vanuit de organisatie, vult een ander aan: “We moeten beschikken over een goed lokaal en vrijwilligers die betrokken willen zijn bij maakonderwijs of een Ontdeklab.” Meermalen komt de vraag boven hoe en waar leerdoelen uit het curriculum afgevinkt kunnen worden en hoe je van concept (visie) tot uitvoering (van bijvoorbeeld een Ontdeklab) komt. Nog een mooie conclusie: “Raar eigenlijk dat ‘loslaten’ het grootste probleem van leerkrachten is. In de periode voordat kinderen naar school gaan, leren ze zo ontzettend veel door gewoon te doen. Het is aan ons allen om meer te gaan denken vanuit de wereld van het kind. Angst voor afleiding van hun smartphone? Die hoeven we helemaal niet te hebben, als we maar mooi en uitdagend onderwijs bieden!”

Verdiepende informatie

Miniatuurvoorbeeld
Marleen Stikker, directeur en medeoprichter van Waag Society