Aan de slag

Gebruik het burritomodel voor meer maatwerk in de klas

Poster burritomodel

Wil je leerlingen graag meer 'op maat' ondersteunen bij hun leerprocessen?  Zonder dat je dat voor elke leerling apart moet organiseren waardoor het veel extra energie kost?  Zet dan het 'burritomodel' in. Met behulp van deze werkwijze organiseer je het leerproces in overzichtelijke stappen, komen kinderen op hun eigen niveau aan het leren én houd je als leraar overzicht.  De kern hiervan  is 'personaliseren door te standaardiseren'.

Waarom heet het burritomodel zo? 

Ben je wel eens in een Mexicaans fastfoodrestaurant in Amerika geweest? Stap voor stap kun je daar je eigen burrito creëren, precies zoals jij het graag wil.  Eerst kies je een soort tortilla uit, die dan ter plekke bereid wordt (‘doe maar meergranen’). Daarna voeg je de vulling toe, zoals gehakt (of kip of vega) en groenten (maïs, zwarte bonen). Tenslotte schep je je favoriete saus erbij (van extreem pittig tot crème fraîche). Voilà: een burrito speciaal voor jou, maar wel gemaakt volgens een vast stramien. Personaliseren door standaardiseren dus. 

Dit kan ook in het primair onderwijs

Een strak ingericht proces en toch maatwerk, dat kan ook in het primair onderwijs met het burritomodel. Je bepaalt zelf als leraar of als team wat wenselijk én mogelijk is binnen je context. En je kunt flexibel zijn door steeds opnieuw te kiezen welke kaders en welke ruimte leerlingen hebben. 

Zo helpt het burritomodel bij het personaliseren van onderwijs

Door niet de methode te laten bepalen wat de volgorde en hoeveelheid leerstof is, maar dit zelf te ordenen, kun je makkelijk leerstof toevoegen of weghalen. Bovendien ontstaan er zo meer keuzemogelijkheden voor leraar of leerling: volgorde, voorkeur, hoeveelheid, tempo. Door hier met je team mee aan de slag te gaan, bespreek je belangrijke onderwerpen en maak je keuzes in hoeverre jullie onderwijs maatwerk biedt. Daarom is het burritomodel voor alle basisscholen geschikt: of je nu wilt vasthouden aan vaste methoden of juist wilt experimenteren met andere vormen van onderwijs. Het kan allemaal.

Voor je met het burritomodel aan de slag gaat:

  • Kies voor een (niet inhoudelijk betrokken) procesbegeleider. Die stuurt scherp op het proces en alle stappen erin. En bewaakt de tijd in relatie tot de opbrengst.
     
  • Investeer in de voorbereiding, zodat je daarna meer rust en vertrouwen ervaart in de uitvoering. Zorg ervoor dat je je handen vrij hebt in de klas.
     
  • Maak het jezelf makkelijk. Als het ingewikkeld wordt, kies je voor makkelijke oplossingen. En hou het klein. We kunnen allemaal wilde ideeën bedenken, maar uitvoerbaarheid staat voorop.
     
  • Ga niet te diep op de inhoud in tijdens de werksessie: beter alle onderdelen in het model, invullen in de eerste sessie en daarna afspraken maken over de concrete uitwerking ervan.
     
  • Het is nooit klaar: blijf aanvullen,verbeteren en schrappen. Dit model is een leerproces. Blijf steeds zien wat wel en niet werkt en hoe je kunt verbeteren en ontwikkelen.
     
  • Zet alle documenten en foto’s in een gedeelde map waarin je samen aan documenten kunt werken (bijvoorbeeld Google Drive of OneDrive). 

Zo kun je ermee aan het werk

Wil je het model gebruiken?  Neem twee tot drie uur de tijd voor een sessie met je collega's, zorg voor een procesbegeleider en kies vooraf een afgebakende onderwijseenheid. Dat kan een hoofdstuk uit de rekenmethode zijn dat je anders wilt organiseren, een project of misschien een lessenserie voor een subgroep, zoals begaafde leerlingen. Zie ook de twee voorbeelden!

Bij de start van de bijeenkomst hang je de poster van het burritomodel op (zie hieronder) of je zet de acht stappen op flipovervellen. Daarna loop je alle stappen door, beantwoord je de bijbehorende vragen en maak je keuzes met elkaar. Plak post-its met antwoorden/keuzes op de poster of flappen.   

Als je in één sessie het model volledig invult, kun je het later met onderwijsinhoud verder uitwerken. 

Bekijk de cases van Stooom en Prinseschool

Wil je graag een voorbeeld zien? Bekijk de cases van Stooom in Oss en de Prinseschool in Enschede. Zij gingen aan de slag met het burritomodel. 

Loop deze 8 stappen samen door, bespreek de opties en maak keuzes.

  1. Onderwijsvisie

    - Welke kernbegrippen staan er in het schoolplan over de onderwijskundige richting?
    - Hoe profileert je school zich op de website?
    - Waarom kiezen ouders voor deze school?
  2. Mate van maatwerk

    - Wat valt je op als je op een willekeurig moment een willekeurige klas binnenloopt?
    - (Waarom) wil je meer maatwerk?
    - Waar staat je team/school in het model ‘Personaliseren van leren’ van het iXperium? Markeer de huidige situatie en de gewenste. Wat valt je op?
  3. Randvoorwaarden

    - Wat moet er gebeuren of geregeld worden om deze onderwijseenheid uit te voeren? Vul steeds aan tijdens de sessie en erna.
    - Welke mensen met welke expertise zijn er nodig?
    - Welk materiaal moet er gemaakt of verzameld worden en welke ICT moet op orde zijn?
  4. Leerlingen

    - Wat typeert je doelgroep qua beginniveau voor dit leerarrangement?
    - Welke andere beïnvloedende kenmerken heeft deze groep?
    - Wat kun je zeggen over de leermotivatie van deze leerlingen voor dit leerarrangement?
  5. Eindproduct

    - Wanneer is het minimale doel bereikt en kun je ook een ambitiedoel formuleren?
    - Maken alle leerlingen hetzelfde eindproduct?
    - Hoe worden de leeropbrengsten getoetst?
  6. Startpunt

    - Waarmee begint je leerarrangement, wat is de introductie op het thema/onderwerp?
    - Welke startkennis en startpositie hebben alle leerlingen nodig om verder te kunnen?
    - Welke praktische startactiviteiten zijn er nodig?
  7. Stations en substations

    - Welke verdeling maak je? Op inhoud, werkvormen, fasen in leerproces, niveau of …? En hoe verdeel je dan de substations?
    - Heb je drie tot vijf stations en drie tot vijf substations? Dat is meer dan genoeg!
    - Weten leerlingen wanneer ze naar een volgend (sub)station kunnen? Bouw deze check/toets zoveel mogelijk leraaronafhankelijk in.
  8. To do

    - Wat heb je per station en substation nodig?
    - Wie gaat wat doen?

    Tip: Verdeel een flap-overvel in drie kolommen en schrijf de acties met de uitvoerder op post-its. Kolommen: to do, bezig en gedaan.