Interview

Digitale geletterdheid: "Sluit aan bij de behoeften, integreer in het bestaande curriculum en hou het klein"

Kim Jaspers stuurde het afgelopen jaar aan op een aanpassing van haar functietitel: van bovenschools ICT-coördinator naar adviseur Innovatie & Digitale geletterdheid. “Ik wil graag werken aan onderwijsvernieuwing en de integratie van ICT, want ik ga niet over de printers en kabeltjes. Mijn streven? Dat onze leraren en leerlingen voldoende kennis en vaardigheden hebben en ik dus eigenlijk overbodig ben.”

Jaspers werkt al bijna twintig jaar bij onderwijsgroep QliQ Primair Onderwijs in Noord-Brabant. Eerst als lerares in de bovenbouw, daarna bovenschools als adviseur, trainer en aanjager in digitale geletterdheid, met als aanvullende taak informatiebeveiliging en privacy (IBP). Waar komt haar interesse voor ICT vandaan? Wat is volgens haar digitale geletterdheid? En hoe brengt ze haar ICT-visie in de praktijk?

Wat is digitale geletterdheid volgens jou?
“Digitale geletterdheid is voor mij onlosmakelijk verbonden met het onderwijs in deze tijd. Het gaat om het opdoen van kennis en vaardigheden om in deze wereld vol digitale media en informatie zo goed mogelijk je weg te kunnen vinden. Dit roept vragen allerlei vragen op: wat houdt onze leerlingen bezig? Wat voor invloed hebben media op hun persoonsvorming en hun relaties met anderen? Wat zijn kansen en gevaren? Dit alles vraagt om een open, onderzoekende houding van van leraren en toenemende vaardigheden om kinderen te leren hoe ze online meer ‘in control’ kunnen zijn. Hierbij hebben ze hulp nodig; samen moeten we onderzoeken wat dit alles betekent voor ons onderwijs.”

Waarom ben je zo bevlogen over dit onderwerp?
“Eerlijk gezegd had ik eerst niet zoveel met ICT. Ik ben er ook niet mee opgegroeid. Mijn affiniteit lag vooral bij taal en de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Toen ik echter in mijn laatste jaren voor de klas van klassikaal naar meer gepersonaliseerd leren ging, kwam ik er al snel achter dat ICT mij hielp om mijn onderwijs beter te organiseren. Ook zag ik door mijn opleiding ICT- en Media-coach steeds meer kansen en mogelijkheden. Maar het vuur werd pas écht ontstoken toen ik steeds meer verbanden zag tussen digitale geletterdheid en het bestaande curriculum. Zoals bijvoorbeeld met unplugged programmeren, waarbij het gaat om het aanleggen van ‘de juiste draadjes in het brein’. Door te oefenen met bijvoorbeeld een kralenplank of Lego kunnen kinderen hun probleemoplossend vermogen vergroten, en leren ze werken met patronen en algoritmes. Ik merk regelmatig dat collega’s nog niet altijd zien hoe digitale geletterdheid het onderwijs kan versterken en vind het mooi om te laten zien wat er allemaal mogelijk is.”

Hoe werk je ‘schoolbreed’ aan digitale geletterdheid? En wie betrek je daarbij?
“Ik werk met veel collega’s samen. Zo vorm ik een innovatieteam met Cindy Raaijmakers. Haar specialiteiten zijn wetenschaps- en technologie-onderwijs en ‘3O-leren’: onderzoeken, ontwerpen en ondernemen. Eén van onze successen is een mobiel programmeerlab, dat langs de scholen rijdt. We hebben iedereen hiervoor een teamtraining gegeven: om beren van de weg te halen en leraren te kunnen laten oefenen met de materialen, voordat ze er met de kinderen mee aan de slag gaan. Naast deze programmeertraining geven we in ons ‘innovatielokaal’ allerlei workshops aan collega’s, zoals over apps, onze onderwijsrobot en het green screen.”

Hoe ziet zo’n training eruit?
“Dat verschilt per onderwerp, maar we willen leraren zo snel mogelijk aan de slag laten gaan en niet blijven hangen in de theorie. Zo hebben we voor een Bee-Bot-workshop allerlei activiteiten voor in de klas zelf uitgewerkt. Bijvoorbeeld dat je het robotje zo snel mogelijk van a naar b moet laten gaan. Op die route kun je letters leggen die samen een woord moeten vormen. Zo kun je programmeren heel gemakkelijk integreren in het bestaande curriculum, in dit geval taalonderwijs. Na deze workshop kregen alle scholen de Bee-Bot en een map met voorbeeldactiviteiten mee. Vandaag zien, morgen doen: dat is het idee.”

Hoe ziet jullie programmeerlab eruit?
“Ons lab bestaat uit een selectie robots, iPads met programmeer-apps, gezelschapsspellen en unplugged materiaal voor groep 1 tot en met 8. Het lab zit in stevige kratten, zodat het gemakkelijk verplaatst en gebruikt kan worden. Leraren kunnen zelf kiezen of ze er een paar dingen uit halen of al het materiaal in één keer inzetten in bijvoorbeeld een circuit. De handleidingen die bij de materialen horen, waren vaak in het Engels en niet kindgericht. Daarom hebben we ze flink ingekort en herschreven, zodat iedereen ermee kan werken.”

Hoe houden jullie dit enthousiasme vast?
"Het programmeerlab of een deel ervan blijft een aantal weken bij een school staan. Na gebruik controleren we de materialen en vullen we aan waar nodig. Zo blijft het lab compleet en leuk om mee te werken. We luisteren en kijken goed naar wat een school nodig heeft om de volgende stap te zetten op het gebied van ICT in het onderwijs. Dat heeft ervoor gezorgd dat we dit jaar teamworkshops ‘Programmeren 2.0’ geven. Hierbij doen leraren meer kennis op over de theorie achter en de integratie van programmeren.”

Werken jullie ook met andere partijen samen?
“Ja, regelmatig zoeken we de samenwerking in de regio op, om kennis uit te wisselen. Zoals met andere PO- en VO-schoolbesturen, de gemeente, de bibliotheek, instanties, het bedrijfsleven en het high tech centre Brainport in Eindhoven. De kennis die we opdoen, delen we met onze scholen en ouders via scholing of projecten. Er is bijvoorbeeld een masterclass waarbij leraren meelopen in een bedrijf en mensen vanuit het bedrijf meelopen in de school. Hierdoor leren ze van elkaar. Ook is is er regelmatig de Technologie Tafel Helmond, waarin onderwijs en het bedrijfsleven samen praten over technologische ontwikkelingen zoals robotica en de gevolgen daarvan. Vragen die aan bod komen zijn bijvoorbeeld: hoe ziet de medewerker van de toekomst eruit? Welke kennis en vaardigheden heeft hij/zij nodig en hoe sluiten we hier met ons onderwijsaanbod op aan? En voor mediawijsheid organiseert QliQ samen met het VO en instanties als de GGD, HALT en de gemeente twee symposia mediawijsheid om professionals en ouders te bereiken en te verbinden.”

ICT voor verschillende leer- en werkvormen

QliQ is betrokken bij allerlei samenwerkingsprojecten, bijvoorbeeld met het bedrijfsleven. Een paar voorbeelden:

  • Het project ‘Bedrijven in een doosje’. Kinderen onderzoeken wat een bedrijf doet, voor ze er op bezoek gaan. Hiervoor zoeken ze bijvoorbeeld online informatie en dit stoppen ze in een doosje. Dit doosje nemen ze mee naar het bedrijf om te checken of het klopt. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij VDL Helmond tijdens de Dutch Technology Week.
  • Onderzoekend leren. Tijdens een interactieve rondleiding bij Huijbregts, een bedrijf dat poedergrondstoffen mengt voor de voedingsmiddelenindustrie, gaan kinderen met tablets de fabriek in. Ze beantwoorden vragen uit de app Socrative en doen allerlei activiteiten, zoals poeders wegen en scannen.
  • De Class of Technology. Leerlingen van basisscholen en het voortgezet onderwijs bedachten een toepassing gericht op ‘bewegend leren’. Vanaf een loopband ‘bezoek’ je verschillende steden op een scherm. Onderweg schat je bijvoorbeeld hoe hoog de Eiffeltoren is, waardoor je leert rekenen.
  • Ontwerpend leren. Kinderen ontwerpen een stoel of ander meubelstuk en maken dit samen met een bedrijf.

Kun je meer vertellen over jullie eigen mediacoach-opleiding?
”Collega Femke Bartels (mediacoach) en ik hebben een interne opleiding Mediacoach opgezet. Dit naar aanleiding van een LOF-aanvraag van Femke. De opleiding bestaat uit acht bijeenkomsten, met als doel om per school één of meer mediacoaches op te leiden. Zij leren hun school en onderwijsaanbod te bekijken door een mediawijze bril, en kunnen zo collega’s en kinderen beter ondersteunen.”

Welke hulp heb je tot nu toe van bestuurders en schoolleiders gekregen?
”Het begon met een constatering: in het koersplan van het bestuur en de scholen werd veel belang gehecht aan ICT, innovatie en professionalisering. Toch was dit toch nog vaak een papieren tijger die niet vertaald werd naar de praktijk. In gesprek met bestuurders en schoolleiders maakten mijn collega Cindy en ik dit kenbaar en daardoor groeide het urgentiebesef. Zo kregen we ruimte en vertrouwen om uit te proberen, te leren en te delen.”

Hoe komen jullie aan genoeg middelen voor de inzet van ICT?
“Investeringen in ICT-middelen zijn zowel op school- als bestuursniveau in de begroting opgenomen. Daarnaast zijn er andere potjes waarvan we gebruik maken. Zoals een Europese subsidie en het LerarenOntwikkelFonds (LOF). Ook halen wij gelden uit de samenwerking met bedrijven en Brainport; er is een groeiende bereidheid om te investeren, omdat het de bedrijven ook iets oplevert. Onze leerlingen zijn hun werknemers van de toekomst.”

Welke tips heb je voor anderen die meer werk willen maken van digitale geletterdheid?
“Ga met leraren in gesprek over het beeld dat zij hebben van digitale geletterdheid, gepersonaliseerd leren en eigentijds onderwijs. Vraag wat ze nodig hebben om hiermee in hun onderwijs iets te doen. Dat helpt niet alleen om betere plannen te maken, je verlaagt ook de drempel om daadwerkelijk aan de slag te gaan. Zo ervaren leerkrachten bijvoorbeeld dat software als Snappet en Gynzy tijd kan besparen. Ons credo is: ga gewoon uitproberen en experimenteren, en zie wat het doet met de betrokkenheid van leerlingen! Je hoeft als leraar niet alles te weten, durf vragen te stellen, je te verwonderen, te leren samen met je leerlingen. Dat vinden zij ook hartstikke leuk. En ga je iets proberen? Geef het dan tijd. Laat mensen een tijdje met iets experimenteren en reflecteer er dan samen op. Kortom: hou het klein en ga samen op onderzoek uit.”

Tot slot: wat staat er bij jullie verder op de planning?
“We moeten keuzes maken en realiseren ons dat je soms meer bereikt als je kleine stapjes zet en deze goed borgt. Maar tegelijkertijd bruisen we van de nieuwe ideeën om ons onderwijs te innoveren en digitale geletterdheid te implementeren. Ook gaan we extra investeren in professionaliseringsmomenten voor onze collega's, omdat we zien dat dat veel rendement heeft. Door onder andere het programmeerlab, de teamtrainingen en de mediacoach-opleiding, groeit binnen onze scholen het besef over het belang van digitale geletterdheid. We hopen dat mensen door de inspiratie die ze opdoen steeds vaker actief op onderzoek en ontdekking uit gaan. Daar ga ik voor!”

Miniatuur
Programmeerlab
Miniatuur
Kim Jaspers, adviseur Innovatie & Digitale geletterdheid bij onderwijsgroep QliQ Primair Onderwijs in Noord-Brabant