Artikel 18 januari 2018

Digitaal portfolio: voor een breed beeld van de ontwikkelingen van een kind

Resultaten werksessie user journey maps

Om het leerproces van leerlingen helder in beeld te brengen, willen verschillende basisscholen werken met een digitaal portfolio. Maar waar begin je en hoe vlieg je dat aan? De versnellingsvraag brengt betrokkenen bij elkaar. Zoals Erik Peters (waarnemend directeur bij De Driesprong) en Jan Willem Helmink (schoolleider bij De Verwondering). “Ik denk dat veel scholen zich herkennen in onze positie.”

Op De Driesprong werken leraren al vijftien jaar zonder methodes voor de wereld-oriënterende vakken, zoals aardrijkskunde en geschiedenis. Peters: “We werken met thema’s. Leerlingen zijn enorm betrokken bij de lessen. Wat ontbreekt is een manier om ‘soft skills’ vast te leggen.” Kunnen samenwerken. Nieuwsgierigheid. Doorzettingsvermogen. Hoe meet je dat? “Het gaat dus niet om de harde output van een toets, maar om vaardigheden.”

Zijn collega Jan Willem Helmink herkent dit, hoewel hij werkt op een heel ander type basisschool. De Verwondering kent geen traditionele klassen maar leerpleinen, waar kinderen zoveel mogelijk leren door te doen en door zelf hun leervragen te stellen. “Ook wij zochten een digitale portfolio-oplossing, maar die was er gewoon niet.”

Tastbaar tussenresultaat: de user journey map

De scholen vonden elkaar rondom de versnellingsvraag. Helmink: “Alle deelnemende scholen werken op een andere manier. Maar wat is de overeenkomst? Daar zijn we naar op zoek gegaan.” 

Miniatuur

In deze context deden de scholen uitgebreid onderzoek naar het leer- en onderwijsproces. Dat heeft geresulteerd in een user journey map  voor alle scholen. “School- en conceptonafhankelijk”, zegt Helmink. Dit instrument maakt duidelijk hoe je een digitaal portfolio kunt gebruiken en wie welke rol daarin speelt. “Maar we zijn nog niet klaar. Uiteindelijk willen wij met de werkgroep een soort tool maken waarmee scholen op het juiste moment van het proces de juiste vragen kunnen stellen aan leveranciers”, vult Peters aan.

De voorkeur heeft een flexibel en modulair digitaal portfolio, vinden Peters en Helmink. Zodat je het aan kunt passen aan je eigen onderwijs en uitgangspunten. Helmink en zijn collega’s hebben al een keuze gemaakt. “Wij werken met MijnRapportfolio. Met de leverancier hebben we goede afspraken gemaakt over hoe we een rol kunnen spelen bij de doorontwikkeling van het product. Dat werkt. Doordat we bezig zijn met deze versnellingsvraag wordt steeds scherper wat we verwachten van een digitale portfolio-omgeving. De bijeenkomsten met andere scholen waarin we met elkaar brainstormen zijn daarbij waardevol.”

De uitdaging

Helmink vervolgt: “Wij staan nu voor de uitdaging om het werken met het digitaal portfolio binnen ons onderwijs levend te houden. Kinderen vinden het leuk om hun eigen startpagina bij te houden met hun eigen ontwikkelpunten. Maar het portfolio dagelijks bijhouden, dat vraagt wel wat van ze. Je ziet dat soms verdwijnen in de waan van de dag. Ook bij leerkrachten.”

Op de Driesprong zijn ze zover nog niet. “Wij hebben nog niet gekozen voor een bepaald product. Wij bevinden ons nog in de onderzoekende fase: als we dit willen gaan doen, hoe gaan we het dan aanpakken?”, vertelt Peters. “De user journey map heeft ons al heel veel inzicht gegeven. Zoveel handvatten om de goede vragen te stellen bij producten die we eventueel willen gaan gebruiken.”

Peters besluit: “Mijn advies aan scholen? Neem de tijd. Als je met een digitaal portfolio wilt gaan werken, dan heeft dat invloed op je hele organisatie en je visie op onderwijs. Dat doe je niet in twee of drie maanden.”