Artikel

De uitdaging van de Rijdende School

Onderwerpen

Leraren van de Rijdende School krijgen vrijwel dagelijks te maken met andere leerlingen. De groep wisselt voortdurend van samenstelling. En elke leerling werkt met andere boeken, toetsen en instructies. Hoe begeleid je deze leerlingen als leerkracht optimaal? 
 

Circus- en kermiskinderen krijgen in de zomermaanden - wanneer ze met hun ouders door het land trekken - les in een Rijdende School. Een trailer ingericht als school die door het land rijdt, de circussen en kermissen achterna. In de wintermaanden gaan de leerlingen naar een reguliere basisschool in hun woonplaats. De leerlingen noemen dit hun ‘winterschool’. 

Lesmethodes van de winterschool

Zomervakantie kennen deze leerlingen niet. Ze werken het hele jaar in hun mobiele klaslokaal door om geen achterstand op te lopen. In een Rijdende School zitten verschillende leerlingen door elkaar. “We hebben kinderen van alle leeftijden en uit alle hoeken van het land”, vertelt Silvo Steenkamer, directeur onderwijs van Stichting Rijdende School. “We werken met de methodes die de winterscholen gebruiken.” 

Waar staat het kind?

Andere boeken, andere toetsen, andere instructies. Voor iedere leerling in je groep. Dat is behoorlijk ingewikkeld. Pas wanneer de leraar precies ziet waar een leerling in zijn ontwikkeling staat, geeft hij de leerlingen op hun eigen niveau gepersonaliseerd les. 

Daarom is er behoefte aan een systeem dat de ontwikkeling van het kind goed in kaart brengt. “Dat doe je door de methodes te metadateren en te koppelen aan de doelstellingen die er zijn, zodat je als leerkracht niet meer de methode van voor tot achter doorwerkt, maar ook weet wat de doelstelling van elke les is”, zegt Steenkamer. Een leraar kan dan inspringen op de doelstelling van de les, los van de lesmethode. 

Om dit te bereiken is hulp van de uitgevers nodig. “Veel uitgevers gaan hierin mee, maar nog niet alle uitgeverijen, want je geeft natuurlijk een stukje van je methode prijs.” 

Platform

Deze Versnellingsvraag levert een concrete bijdrage aan de oplossing van dit vraagstuk, door een kennisproduct te ontwikkelen dat onder andere de eisen en randvoorwaarden voor een digitaal platform inventariseert. Een platform dat de methode-overstijgende voortgang van leerlingen goed in beeld brengt. “Als dat lukt, wordt het prachtig”, besluit Steenkamer.