Interview 5 december 2018

“Content vindbaar maken, dat is voor ons de grootste uitdaging”

Wat zijn de ontwikkelingen in het primair onderwijs die van invloed zijn op de keuzes die uitgeverijen willen - en moeten - maken bij de ontwikkeling van leermiddelen? Een interview met Willemijn Muggen, Uitgeefmanager Basisonderwijs bij Noordhoff Uitgevers.
 

Miniatuur

De afgelopen jaren zijn er veel ontwikkelingen op digitaal gebied. Welke gevolgen heeft dat voor jullie als uitgeverij?

“De belangrijkste ontwikkeling die wij de laatste tijd zien, is dat content steeds vindbaarder moet zijn: vindbaar bij bijvoorbeeld hergebruik door onszelf in een nieuw product, of juist voor de klant die steeds vaker modulair wil werken en daar geschikte, bij elkaar passende content voor wil samenvoegen.

Vroeger kreeg je als leraar een brok content: één boek. Nu kijken we naar hoe we die brok kleiner kunnen maken en de onderdelen daarvan, met name digitaal, beter vindbaar kunnen maken. Dat vraagt van ons dat we zorgen voor goede ‘metadata’, de labels die we aan stukjes content hangen. Bepalen welke metadata belangrijk zijn, is echter een enorme puzzel. Is een groep, vak en niveau voldoende, of moeten er extra velden bij? Als je niet uitkijkt en geen scherpe keuzes maakt, ontstaat er een woud aan metadata, waardoor content juist niet goed te vinden is. ”

"We zouden eigenlijk naar een situatie toe moeten waarbij wij de content aanleveren en een school of leraar zelf, op een laagdrempelige manier, bepaalt welke brokjes content zij willen gebruiken. Voor ons is het nu echter nog onduidelijk hoe groot die brokken precies moeten zijn. En, nog belangrijker: hoe ver willen leraren gaan in het zelf samenstellen en waarmee ben je hen als uitgever echt van dienst? Nu weet een leraar dat het niveau van de leerlijn geborgd is en die zekerheid wordt losgelaten als hij zelf content gaat samenstellen. Dat kan zeker, maar het kost ook veel tijd en onderzoek."

Wie heeft welke rol gehad en is nu aan zet om veranderingen in gang te zetten?

“Als uitgeverij hebben we jarenlang ingespeeld op de vragen van scholen en leraren, waardoor er een veelvoud aan informatie en materiaal beschikbaar is. Wegwijs worden daarin is steeds moeilijker. Vandaar dat we content vindbaarder moeten maken, om leraren te ontlasten, iets wat ook vanuit werkdruk gezien nodig is. Hier ligt een uitdagende opgave voor ons, om alle leermiddelen en content de juiste metadata mee te geven."

"Tegelijkertijd ligt er ook een grote opdracht bij kennisinstituten, bij lerarenopleidingen en op scholen zelf. Leraren moeten zich beter toegerust voelen om onderdelen over te slaan. Zij kunnen er nu ook voor kiezen om delen uit een methode te volgen en delen los te laten, maar dat doen ze nog niet vaak. Ik wil er dan ook écht tegenin gaan dat wij als uitgeverijen methode-slaven maken van de scholen. We bieden een goed gevulde ‘kapstok’, maar het is aan scholen en leraren om eigen keuzes te maken op basis van wat zij belangrijk vinden. Daarvoor moet een leraar zich bewust zijn van het curriculum van elk vak, van de onderliggende eisen en de leerdoelen. Dit besef én het kunnen maken van die keuzes, zou mijns inziens versterkt moeten worden.”

Digitale geletterdheid is een van de leergebieden van het nieuwe curriculum. Zien jullie dit als een apart vak of moet het geïntegreerd worden in andere methodes?

“Ik denk dat een thema als digitale geletterdheid pas echt status krijgt als het een vak zou worden. Het heeft body nodig om stevig gepositioneerd te worden. Maar als ik kijk naar wat een leraar nu al op zijn bordje heeft liggen en waar hij blij van wordt, dan lijkt het me verstandiger het te integreren in andere vakken. Ik geloof ook niet zo in een methode digitale geletterdheid. Bovendien komt het nu, weliswaar minder zichtbaar, al terug in methodes. Kortom: ik ben er nog niet helemaal uit wat de ideale oplossing is vanuit het veld waarin we ons nu bewegen.”

Kan open lesmateriaal goed bestaan naast jullie methodes?

“Ja, ik zou het zelfs leuk vinden als leerlingen en leraren, als ze dat willen tenminste, een mix maken die past. De stabiliteit van een methode kan prima aangevuld worden met wat je als leraar of school zelf belangrijk vindt. In het licht van het nieuwe curriculum, waarin 70% van de onderwijsinhoud en leerdoelen landelijk vastgelegd is en de overige 30% door scholen zelf ingevuld kan worden, zou dat kunnen betekenen dat een school die 70% vult met de stabiliteit van methodes en de overige 30% met ander materiaal. Dat vraagt van leraren curriculumbewustzijn zodat de doorlopende leerlijn geborgd is, en van ons dat we bijvoorbeeld aangeven wat extracurriculair is. Dan kan het een prachtige combinatie zijn."

"Maar welke methode of welk materiaal een school ook kiest: het enthousiasme van de leraar maakt wat er gebeurt in de klas. Om het gechargeerd te zeggen: een goede leraar met een slechte methode maakt een prachtige les, maar een slechte leraar met een goede methode zal dat niet lukken.”

Op welke manier werken jullie samen met scholen?

“Dat doen we op verschillende manieren. We werken met auteurs die vaak voor de klas staan en  het onderwijs kennen. Via bijvoorbeeld lerarenpanels checken we bij leraren wat ze vinden van wat wij bedenken of ontwikkelen. Daarnaast gaan we volop op bezoek bij scholen; we gaan echt mee de klas in of praten met leraren in de lerarenkamer. Zo komen we erachter wat de markt wil en waar behoeftes liggen. Officiële meetmomenten zijn er tijdens de concepttesten. En bij nieuwe producten zijn er vaak scholen die pilots draaien met ons proefmateriaal. Daar leren we veel van."

Hoe ontwikkel je als uitgeverij digitaal materiaal? En hoe verhoudt zich dat tot een gedrukt boek?

“We zijn natuurlijk al jarenlang bezig met aanvullend materiaal naast een methode. Vroeger kreeg je er al een diskette of CD-rom bij, tegenwoordig is dat digitaal lesmateriaal. Wel is het zo dat de inhoud van een lesboek en het bijbehorende digitale materiaal heel veel op elkaar lijken, omdat scholen aangeven dat zo te willen. Bijvoorbeeld omdat er te weinig pc’s in de klas zijn om de les  alleen digitaal te volgen. Mede daardoor stagneert de snelheid van ontwikkelen."

"Het heeft onze voorkeur om per leerdoel te kijken welk medium het best ingezet kan worden. Dan zou er een smalle basis in een boek kunnen staan, aangevuld met online componenten. Op deze manier kunnen we beter inspelen op veranderingen en flexibeler zijn."

Wat is jouw ideaalbeeld van de toekomst?

“Als uitgeverij hebben we ons als doel gesteld om content zo aan te bieden dat deze goed vindbaar en arrangeerbaar is; daar werken we hard aan. Ik hoop daarnaast dat leraren methodes vrijer durven te gebruiken en daarbij tegelijkertijd oog houden voor de doorgaande leerlijn. Verder denk ik dat er op het gebied van hardware op scholen nog winst te behalen valt en dat dit ook de snelheid van ontwikkelingen een boost kan geven."

"Overigens zeggen wel steeds meer scholen bij het kiezen van een methode: ‘We zijn nu nog niet toe aan digitaal materiaal, maar we willen over twee tot drie jaar wel naadloos kunnen overstappen.’ Er is dus zeker beweging.”

We bieden een goed gevulde ‘kapstok’, maar het is aan scholen en leraren om eigen keuzes te maken op basis van wat zij belangrijk vinden. 

Reactie toevoegen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.